Meer dan rijstvelden & witte stranden
Als je aan Bali in Indonesië denkt, zie je waarschijnlijk meteen witte stranden, yogamatjes onder palmbomen, tempels, een zee van scooters en rijst. Heel veel rijst. Dat beeld had ik alleszins van Indonesië voordat ik op reis ging, vooral door wat ik online allemaal tegenkwam. Onderweg ontdekte ik hoe beperkend deze clichés kunnen zijn én hoe reizen pas écht begint wanneer je ze durft loslaten.
Tekst & foto’s: Lore Smeets


Voor mijn vertrek kreeg ik vaak te horen: “Bali, dat is het paradijs op aarde!” Zelfs mijn nicht trouwde er. Dan moet het toch wel een pareltje zijn? En eerlijk: de eerste dagen leek dat te kloppen. We deden Instagram-waardige terrasjes met uitzicht op rijstvelden en wandelden over witte stranden. Maar evengoed zaten we later muurvast in een verkeersopstopping, rijkelijk voorzien van uitlaatgassen en continu, ongeduldig getoeter.
Dat contrast zette me aan het denken. Bali is natuurlijk prachtig, maar het is tegelijk ook een plek waar de gevolgen van massatoerisme zichtbaar zijn: stranden vol plastic en dorpen die draaien dankzij de toeristen. Het stereotype van een eiland vol rust en spiritualiteit bleek hooguit een klein stukje van de werkelijkheid.
Meer dan het cliché
Nog zo’n cliché waar ik mee vertrok: dat Indonesië ‘arm maar gelukkig’ zou zijn. Het klinkt mooi, maar in werkelijkheid is het een te simplistische uitspraak. Wat ik onderweg zag, was veel genuanceerder. Ja, mensen leven vaak in omstandigheden die wij eenvoudig zouden noemen: huizen van hout en golfplaten, gedeelde toiletvoorzieningen, kinderen die spelen met zelfgemaakt speelgoed of hele gezinnen op één scooter. Maar tegelijk zag ik ook ambitie en trots: jongeren die hard studeren, ouders die alles opzijzetten voor de toekomst van hun kinderen, dorpen die samen sparen voor een betere weg of een gezellig graspleintje.
Veerkracht, gemeenschap en spiritualiteit spelen daarbij een grote rol: dorpen verdelen taken zodat niemand er alleen voor staat, de dagelijkse bloemenoffers, de zogenaamde canang sari … Het stereotype doet die complexiteit tekort. Het gaat niet om gelukkig zijn ondanks armoede, maar om een leven waarin zorgen en vreugde voortdurend hand in hand gaan.
Kijk verder
Wat ik uit Indonesië meeneem, is dat stereotypen ons houvast geven voor vertrek. Ze maken een nieuwe bestemming herkenbaar. Tegelijkertijd vertellen ze nooit het hele verhaal. Wil je de lagen en complexiteit van een plek echt ontdekken? Gebruik stereotypen alleen als vertrekpunt, ga in gesprek met de locals, probeer dingen die je niet verwacht, zoals een dorp bezoeken buiten de toeristische routes. Dus wees je bewust van je vooroordelen en laat ze op reis niet je hele beeld bepalen.
Stereotypen = versimpelde / veralgemeende beelden van mensen of culturen, die vaak onbewust ontstaan door media, onderwijs, invloed van je omgeving of een koloniale blik op de wereld.
Ze lijken soms onschuldig, maar versterken vaak een fout beeld en kunnen kwetsend zijn of onbedoeld neerbuigend overkomen. Als stereotype beelden omslaan in vooroordelen of verwachtingen, kan dat een impact hebben op hoe we de reis beleven, hoe we omgaan met de lokale bevolking of hoe zij Westerse toeristen ervaren.
Wat kan je doen om stereotypen & vooroordelen tegen te gaan?
Ga er bewust mee om én met anderen over in gesprek. Zo creëer je ruimte voor reflectie en toon je dat het oké is om kritisch te kijken naar hoe we denken over andere landen, culturen & bevolkingsgroepen.
ℹ️ Voor je reis: Informeer jezelf met betrouwbare, diverse bronnen. Boeken, podcasts, artikels van lokale auteurs of ngo’s kunnen een genuanceerder beeld geven.
🗺️ Tijdens je reis:
- Sta stil bij je eigen indrukken: wat matcht wél of juist niet met wat je verwachtte?
- Luister actief naar locals. Zo ontstaat er meer wederzijds begrip en doorbreek je eenzijdige verhalen die vaak rondgaan.
- Wees nieuwsgierig, niet oordelend. Stel open vragen, luister aandachtig en trek geen conclusies op basis van één ervaring.
💭 Na je reis: Reflecteer over je ervaringen en deel met anderen wat je hebt geleerd over stereotypen, beeldvorming en ontmoeting.
Op zoek naar inspirerende bronnen? Enkele tips!
- 🎬 Documentaire: (Stereo)typisch Marokko, van Sustainable Storyteller Marthe De Herdt
- 🧾 Artikel: How (Not) to Write About Africa – Binyavanga Wainaina
- 📖 Boek: Me and white supremacy – Layla Saad
- ▶️ TED Talk: The Danger of a Single Story – Chimamanda Ngozi Adichie
- ▶️ Aflevering Fact Checkers


Dit artikel verscheen in De Karavaan van oktober 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Vietnam voor foodies: What the pho?
In januari trok ik op groepsreis naar Vietnam. Ik was benieuwd naar de groep, de tempels, de rijstvelden, de cultuur, of het verkeer nu echt zo chaotisch was en ik hoopte stiekem op een nieuwe op maat gemaakte outfit. Maar de foodie in mij kreeg minstens evenveel aandacht. Want in Vietnam reis je niet alleen met je rugzak, maar ook met je smaakpapillen. Van noedelsoep bij zonsopgang tot kokos-koffie in de middagzon: eten werd een even groot avontuur als de reis zelf.
Tekst & foto’s: Lien Castelein


Een groot deel van het Vietnamese leven speelt zich af op straat, en dat geldt ook voor eten. Kleine stoeltjes, een houtskoolvuurtje en de geur van koriander en gegrild vlees: zo proefde ik Vietnam. Voor een paar euro stond mijn tafel vol hapjes: bánh xèo (knapperige pannenkoeken met garnalen en groenten), goi cuôn (springrolls) en chè (zoete dessertsoep).
Praktische tips voor foodies
- Leer enkele woorden Vietnamees: an chay = vegetarisch, không cay = niet pikant.
- Drink geen kraanwater, maar thee & koffie zijn overal heerlijk. Hiervoor gebruiken ze grote bidons drinkwater.
- Laat je verrassen: vaak zijn de eenvoudigste gerechten de grootste ontdekkingen.
- Streetfood? Waar veel locals zitten, zit je altijd goed.
“Voor mij is Vietnam de geur van straatkraampjes, het geluid van slurpende noedels en de zoete smaak van gecondenseerde melk in mijn koffie. Wie het land écht wil begrijpen, doet dat met stokjes in de hand en een phin-filter op tafel.”
5x must-eat in Vietnam
Pho • De nationale trots
Pho is hét Vietnamese comfortfood. Een bouillon die urenlang heeft staan trekken met botten en specerijen vormt de basis. Daarin komen rijstnoedels, verse kruiden en meestal rund of kip. Iedereen rond de tafel knijpt er nog wat limoen over, voegt chili toe of een scheut vissaus. Pho is geen gerecht, het is een ritueel. Ik at het ’s ochtends vroeg, terwijl de stad rond me ontwaakte.

Bánh mì • Een Frans broodje met Vietnamese punch
De Fransen brachten tijdens hun kolonisatieperiode hun baguette mee, de Vietnamezen maakten er iets veel beters van: bánh mì. Een knapperig broodje vol ingelegde groenten, koriander, chili en bijvoorbeeld paté, ei of gegrild vlees. Elke verkoper heeft zijn eigen versie. Voor nog geen anderhalve euro at ik er eentje dat beter smaakte dan eender welk broodje dat ik ooit in Europa kocht. Perfect als ontbijt, snelle lunch of snack tijdens een treinrit.

Cao lau • De smaak van Hôi An
In Hôi An proefde ik cao làu, stevige noedels met varkensvlees, veel kruiden en knapperige croutons van rijstpapier. Volgens de legende moet het water voor de noedels uit een eeuwenoude bron komen om het écht cao làu te mogen noemen. Het verhaal maakt het gerecht alleen maar magischer.

Bún cha • Grillen in Hanoi
In het noorden ontdekte ik bún cha: gegrild varkensvlees met dunne rijstnoedels en een kommetje saus op basis van vissaus, suiker, limoensap en chili. Je dipt, mengt en rolt tot je eigen perfecte hap. Dit gerecht staat vaak op de grill te sudderen en de geur alleen al is onweerstaanbaar.


Goi cuôn • De frisse springroll
Springrolls, of goi cuôn, zijn misschien wel het meest verrassende Vietnamese gerecht. Je rolt zelf rijstvellen vol met groenten, kruiden, rijstnoedels, garnalen of vlees en dipt ze in pindasaus of de typische nuoc cham (vissaus met limoen, suiker en chili). Licht, gezond en ideaal op een warme dag. Ik vond het heerlijk om ze zelf te leren rollen tijdens een kookworkshop: een perfecte mix van gezelligheid, gepruts en beloning.


Koffie = meer dan cafeïne
Vietnam is na Brazilië de tweede grootste koffieproducent ter wereld. Vooral de sterke robusta-boon wordt er verbouwd, die krachtiger en bitterder smaakt dan de zachtere arabica. Koffie drinken doe je hier niet gehaast, maar langzaam, vaak op lage plastic stoeltjes langs de straat, al keuvelend en kijkend naar het verkeer dat voorbij raast.
Tijdens een koffietour ontdekte ik hoe divers koffie hier is. Elke regio lijkt wel zijn eigen specialiteit te hebben. Vier koffies later voelde ik me behoorlijk hyper, maar ook helemaal ondergedompeld in de Vietnamese koffiecultuur.
Egg coffee • het Noorden (Hanoi)
In de jaren ’40, toen melk schaars en duur was, begon een barman in Hanoi eidooiers op te kloppen met suiker en koffie. Zo ontstond egg coffee: romig, bijna als tiramisu in een kopje. Het werd een icoon van Hanoi en staat tegenwoordig in bijna elk café op de kaart.

Kokoskoffie • het Zuiden
In Saigon en het zuiden houden ze van experimenteren. Kokoskoffie is romig, fris en een tikkeltje tropisch. Het ijs maakt het een perfecte dorstlesser in de hitte, en de kokos geeft een bijna dessertachtige toets.


Salt coffee • Centraal-Vietnam (Hué)
In Hué, de oude keizerlijke hoofdstad, proefde ik salt coffee. Een klein snufje zout wordt toegevoegd aan de koffie of de room erbovenop. Dat klinkt vreemd, maar het haalt de bitterheid weg en maakt de smaak verrassend zacht.
White coffee • overal
Dit is dé nationale favoriet. Sterke robusta-koffie druppelt via een metalen phin-filter in een glas, waarna er gecondenseerde melk en ijs aan toegevoegd worden. Het resultaat: straf, zoet en verfrissend. Deze koffie zie je werkelijk op elke straathoek, van zonsopgang tot laat in de avond.


Wist-je-dat …
- Vietnam meer dan 1600 km lang is? Gerechten verschillen sterk van noord tot zuid.
- In Hanoi Obama ooit bún chà at samen met Anthony Bourdain? Het stalletje werd meteen wereldberoemd.
- Het woord pho waarschijnlijk van het Franse pot-au-feu, een stoofgerecht, komt?
- Er verschillende redenen zijn waarom Vietnamezen altijd op die kleine stoeltjes zitten?
- De Fransen keken tijdens hun kolonisatieperiode op de locals neer wanneer ze laag zaten.
- Streetfoodstalletjes kunnen zo snel verdwijnen als de politie langskomt.
- En eerlijk: het zit gewoon niet zo comfortabel, dus je consumeert sneller.
Groepsreis voor foodies
Ga je mee op Vietnam Avontuur-reis met Joker? Dan ontdek je het land ook met je smaakpapillen:
- Je gaat achterop de scooter met lokale studenten op foodtour in Ho Chi Minh City langs verborgen eettentjes.
- Tijdens een kookworkshop bij Ethnic Travel leer je authentieke springrolls maken.
- Je fietst samen met een lokale gids naar de markt in de Mekong Delta en gaat er boodschappen doen voor het gerecht Banh Xeo, een soort hartige pannenkoek met ei.
- En de koffiecultuur kan je natuurlijk niet missen: van salt coffee tot egg coffee.
Vietnam laat zich niet samenvatten in tempels of rijstvelden alleen. Voor mij is het de geur van straatkraampjes, het geluid van slurpende noedels en de zoete smaak van gecondenseerde melk in mijn koffie. Wie Vietnam écht wil begrijpen, doet dat met stokjes in de hand en een phin-filter op tafel.


Dit artikel verscheen in De Karavaan van oktober 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
(Stereo)typisch Marokko
Hoe kijken wij als reizigers naar een land, en hoe kijken de inwoners naar ons? Welke vooroordelen of verwachtingen beïnvloeden onze reiservaring? En wat kunnen we als reiziger doen om verder te kijken dan stereotypen? 🤔
Een heel hoopje goeie vragen, waar we Sustainable Storyteller Marthe De Herdt mee op pad stuurden in Marokko. Een boeiende trip, zowel voor reizigers, als voor locals. Yallah, yallah!
Benieuwd naar de docu die Marthe in Marokko maakte? Bekijk ‘m hier! 👇
Marthe ging in augustus 2025 mee op Joker-jongerenreis naar Marokko. In opdracht van Karavaan onderzocht ze er welke (on)bewuste stereotypen je tegenkomt op reis. Waarom laten we jaarlijks zo’n Storyteller-docu maken? Om een duurzaam thema onder de aandacht te brengen bij (jonge) reizigers. We zetten ze aan het denken en sporen hen aan om zelf ook bewuste keuzes te maken op reis en daarbuiten. 💚
👀 Tip voor jonge filmmakers: Karavaan stuurt elke zomer een Storyteller op pad! Schrijf je in op onze nieuwsbrief om de oproep zeker op tijd te zien.
Geen Jordanië zonder gids
“Ik heb vrienden van over de hele wereld.” Niet moeilijk als je al bijna 15 jaar reizigers trots door je thuisland Jordanië gidst. Ook voor de Joker-groepsreizen is Rabea al jaren de vaste, lokale gids: “Ik ben helemaal into geschiedenis & cultuur, en wil de voorliefde voor mijn land delen met anderen. Daardoor nieuwe mensen ontmoeten en ook leren over hun cultuur? I love it.”
Interview: Nicky Van Styvendaele // Foto’s: Rabea Abu Rabea


Al 12 jaar lokale gids voor de Joker-reizen, dat kan tellen! Herinner je je eerste reis nog?
Rabea: “Ja, die was in 2014. Als freelance reisgids werk ik samen met verschillende reisagentschappen. Zo ook GoJordan. De eigenaar daarvan is een goeie vriend van mij. Hij belde me toen op met de vraag of ik voor Joker een reis wilde uitwerken. Zo is de bal aan het rollen gegaan en kreeg ik jaar na jaar telefoon met steeds meer aanvragen. Ondertussen werken Joker en ik voor de groepsreizen standaard samen met GoJordan, want het is voor groepen verplicht om met een organisatie en een officiële reisgids samen te werken.”
Dus je kan niet zomaar met een groep vrienden Jordanië verkennen?
Rabea: “Nee. Voor groepen vanaf 6 personen is het verplicht om een lokale gids in te huren, én om dit via een lokaal agency te doen. Het is zelfs de wet. We doen dat enerzijds voor de veiligheid. Als lokale gids ken je de wandelpaden in de bergen en valleien, de gevaarlijke zones, de risico’s van bepaalde plekken. Wie er op eigen houtje, zonder goede informatie, op uittrekt met de rugzak neemt dus een risico. Het beschermt toeristen ook tegen oplichters. Anderzijds beschermt de wet onze business. ‘t Is financieel een goeie zaak voor Jordanië als lokale gidsen de groepen toeristen rondleiden.”
“Groepen vanaf 6 personen zijn hier wettelijk verplicht om een lokale gids in te huren. Die wet beschermt hun veiligheid én onze business.”
En zijn onze Belgische groepsreizigers een aangenaam publiek?
Rabea: “Ja, en dat zeg ik niet om te vleien. Jullie zijn easy going, dat heb ik graag. Thank God dat ik niet met Duitsers werk. Die zijn te serieus voor mij. Omdat ik gids ben voor Engelssprekende toeristen, ontmoet ik het meest Belgen, Nederlanders, Britten en Amerikanen. En, niet om te vleien, maar ik verkies de Belgische groepen. You are the winners, woohoo. (lacht) Met Indiërs werk ik ook. Die vind ik echt bijzonder. Soms behandelen ze me eerder als dienaar dan gids. Ze verwachten bijna dat ik hen in bed stop. Dat was even wennen, maar ondertussen kan er ik wel goed mee om. Grenzen stellen, heel belangrijk.”
Ben je dan als gids een soort kameleon, afhankelijk van de mensen die het land komen bezoeken?
Rabea: “Ja, dat klopt. Doorheen de jaren leer je hoe je met al die nationaliteiten om moet gaan. Iedere groep is ook anders, en daar moet je de eerste uren en dagen al attent voor zijn. Wat zijn hun interesses? Waarom komen ze naar Jordanië? Hoe lang kunnen ze blijven luisteren? Een tour is dus geen 2 keer gelijk.
“Iedere groep is ook anders, en daar moet je de eerste uren en dagen al attent voor zijn. Wat zijn hun interesses? Waarom komen ze naar Jordanië? Hoe lang kunnen ze blijven luisteren? Een tour is dus geen 2 keer gelijk.”
Sommige groepen willen vooral genieten van de schoonheid van het land en foto’s nemen. Als je dan doordramt over de geschiedenis, dan krijg je een review als ‘onze gids was saai’. In die gevarenzone wil ik me niet begeven! Andere groepen motiveren me dan weer om alle cultuur- & geschiedeniskennis uit mijn hersenen te persen. Het is een kunst en belangrijke skill om mensen geïnteresseerd te houden.
Verder zijn als freelance gids ook je reputatie en je netwerk van groot belang. En die bouw je op met goeie ervaringen, mond-tot-mondreclame en reviews. Door veel te werken dus. Zo begeleidde ik in 2023 wel 20 Joker-reizen! En voor 2024 hadden we er zelfs 25 gepland, maar die moesten we helaas allemaal annuleren door de oorlog in Gaza die eind 2023 begon.


Hoe beïnvloedt die genocide nu je job en je land? Voel je je er nog veilig?
Rabea: “Ik voel me hier nog steeds heel veilig. Jordanië is echt het veiligste land in het Midden-Oosten. Maar dat mijn land grenst aan het bezette Palestina, en dat Israël daar een genocide aan het plegen is, heeft wel effect op ons. Zo heeft de Jordaanse economie helaas een enorme weerslag gekregen. En dat heeft veel te maken met de daling van toerisme. We krijgen nu slechts 20% van ons gewoonlijke aantal toeristen op bezoek. Sommige hotels hebben hun deuren voorgoed gesloten. Ik krijg af en toe wel nog opdrachten, maar ik ben ook vaak thuis. Voor mijn kinderen is dat fijn, want ik kan nu meer tijd met hen doorbrengen. Maar ik hoop natuurlijk dat er snel vrede komt, zodat we opnieuw veel toeristen kunnen ontvangen. Wees welkom!”
Daar houden we je aan! Wat kunnen toekomstige Joker-reizigers verwachten?
Rabea: “Een heel diverse reis: cultuur, natuur en avontuur wisselen elkaar af. We beginnen met een bezoek aan Amman: eerst een rondleiding van de oude stad met de oude Romeinse ruïnes, en dan toon ik mijn gasten het contrast met het nieuwe Amman. We bezoeken nog andere historische sites, maar tussendoor staat er altijd een avontuur op het programma: een hike in een canyon, een rivierwandeling … Op 11 dagen kan je het beste van Jordanië al ervaren!”
Dit interview werd afgenomen begin juni. Voor up-to-date reisadvies, check diplomatie.belgium.be.

Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Usha’s treehouse: Een memorabele nacht in de Sri Lankaanse jungle
Daar zitten we dan: ronddobberend in het donker op een houten vlot, ergens op een meer in het midden van Sri Lanka. Onze guesthouse host Channa peddelt ons rustig voort. Achter hem: wij, met veel te veel bagage die we nooit hadden meegenomen als we wisten dat dit het plan was.
Tekst & foto’s: Lotte Doom


Wat dacht ik toen ik zei: “We nemen alles wel mee”?
Usha, Channa’s vrouw, had nog gezegd dat we voor het donker moesten aankomen. Ze had ons ook gevraagd of we niet wat spullen wilden achterlaten bij hen thuis: “Want kunnen jullie dat allemaal wel dragen?” “Tuurlijk!” had ik gezegd. Maar eerlijk: ik ben gewoon niet zo goed in inpakken. On the spot beslissen wat ik die avond en de volgende dag nodig heb, is dus niet mijn sterkste kant. Nu (een uur later ronddobberend in een zwart gat, met veel te veel bagage waardoor we daarnet amper zelf nog bij in de tuktuk pasten) besef ik pas wat ze écht bedoelde.
Wat volgt, is een wandeling (of eerder een sprintje) door de jungle in Sri Lanka, achter Channa aan. Het begon nog rustig (Channa schijnend met de zaklamp om zeker te zijn dat er geen olifanten in aantocht zijn), maar al snel schakelde hij over naar een andere strategie: lopen voor je leven. Wij dus erachteraan, met al onze nutteloze extra zakken in onze armen. We hebben geen idee wat ons nog te wachten staat en Usha’s waarschuwing gaat door mijn hoofd: “Pas op voor de olifanten, want ’s nachts kunnen ze heel onvoorspelbaar reageren.”
Van chaos naar rust
Zo blijven we maar lopen in een steeds dieper wordend zwart gat, tot Channa plots stopt. Voor ons: de boomhut, steunend op een prachtige boom, gemaakt van natuurlijke materialen en zelfgemaakt leem. We krijgen een rondleiding en voelen ons meteen thuis! Er is zelfs een eenvoudige badkamer met een (zeer welkome) douche.
Daarna volgt het eten: Usha had enorm veel klaargemaakt en alles was echt superlekker. Zij regelt alles van thuis uit: koken, de communicatie, zorgen voor de kinderen … Haar man Channa trekt met de gasten de jungle in, maakt alles klaar en blijft beneden slapen voor de veiligheid. Elke paar uur doet hij een ronde, op zoek naar beweging in de bossen, geluiden in de verte en olifanten die mogelijk op doortocht zijn en zo per ongeluk hun stukje land zouden beschadigen. Hij serveert Usha’s eten met zoveel trots. De warmte tussen hen (zelfs als ze niet fysiek samen zijn) en de manier waarop ze die warmte uitstralen naar ons, voelt zo oprecht aan. Het is echt alsof we logeren bij familie.
“De warmte en zachtheid van Usha & Channa werkt aanstekelijk. Niet luid, niet opvallend, maar zichtbaar in de kleinste dingen – en soms de iets grotere, zoals je treehouse vernoemen naar je vrouw.”
Na het eten gaat mijn reisgenoot naar bed, maar ik zit nog vol vragen. Dus wanneer ik Channa beneden bij de afwas vind in zijn tuin onder de sterren, begint hij te vertellen. Over hoe hij samen met zijn vriend de boomhut gebouwd heeft, hoe ze regenwater opvangen, hoe de zonnepanelen werken en waar elke plant in de tuin voor dient. De ene houdt slangen weg, de andere geeft gewoon lekkere besjes. Voor ik het besef, heb ik er al één op. Niet bepaald slim, random junglebesjes eten, maar het toont vooral hoeveel vertrouwen ik in hem heb, terwijl we elkaar eigenlijk nog maar een paar uur kennen.


Wat blijft wanneer je alles verliest
We wandelen samen verder door de tuin, over hun stukje land, terwijl het al bijna middernacht is. Channa vertelt over hoe het allemaal begon. Of beter gezegd: hoe alles eerst wegging. Vroeger had hij 11 guesthouses in Sri Lanka, in de buurt van Colombo. Alles ging goed, tot corona: geen toeristen meer, geen werk, geen inkomsten en geen zekerheid. Ze besloten te verhuizen naar dit dorpje en stukje natuur in Hiriwadunna om hun leven samen opnieuw op te bouwen. Klein, bewust en stap voor stap. “Want,” zegt hij, “als je veel hebt, kun je alleen maar veel verliezen.”
Vol verwachtingen vertrokken we naar deze plek. Ik hoopte op een avontuur in de jungle dat ik nooit meer zou vergeten. Dat kreeg ik, maar het werd nog zoveel meer dan dat. Wat mij het meest is bijgebleven? Hoe Usha en Channa met elkaar omgaan, hoe ze elkaar aanvullen en hoe hun warmte en zachtheid aanstekelijk werkt. Niet luid, niet opvallend, maar zichtbaar in de kleinste dingen – en soms de iets grotere, zoals je treehouse vernoemen naar je vrouw. Wat wil een mens nog meer?
Het grappige is dat ik daarvoor de hele wereld moest afreizen. Helemaal naar Sri Lanka om nog maar eens te zien dat elkaar respecteren, leven en laten leven en iedereen dag zeggen met een glimlach, echt een wereld van verschil kan maken. Want met hun glimlach, warmte en vooral hun oprechtheid hebben ze mij alleen maar meer geïnspireerd.
Of om af te sluiten met Usha’s woorden: “a home is not just a place, it’s a loving feeling.”
Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
30 jaar ViaVia Joker Reiscafés
Exact 30 jaar geleden opende het eerste ViaVia Joker Reiscafé in Heverlee haar deuren. Drie enthousiaste reisbegeleiders begonnen toen aan het netwerk van nu: 15 reiscafés rond de wereld. We blikken terug op de voorbije 30 jaar en kijken naar de toekomst met oprichter en CEO Jan Baeten, ViaVia franchise manager Toon Teugels en netwerkcoördinator Isabelle Claes.


Waar komt het idee van de ViaVia Joker Reiscafés vandaan?
Jan: “Bij Joker vertrokken we nooit op reis puur om monumenten af te vinken. Het ging ons om het contact met mensen, om echte ontmoetingen. In de jaren 90 bracht dat een paar reisbegeleiders op een idee: wat als er plekken bestonden waar reizigers en locals elkaar spontaan konden ontmoeten? Zo ontstond ViaVia: een warme plek voor een goed gesprek, reisinformatie, en iets lekkers om te eten en te drinken.”
Toon: “Door de jaren heen groeide ViaVia uit tot een wereldwijd netwerk op vier continenten, waar wereldkeuken, kunst, muziek en ontmoeting samenkomen in een toeristische setting met een Belgische twist. Van een ecolodge op de uitgestrekte steppen van Mongolië tot een levendig restaurant in Marrakech of Heverlee, van een charmant boutiquehotel in Kathmandu tot een kleurrijk hostel in Midden-Amerika: onze locaties verschillen in vorm, maar zijn verenigd in hun diversiteit, gastvrijheid en zin voor verbinding.”
Waarom is een bezoek aan een ViaVia Joker Reiscafé een meerwaarde voor je reis?
Toon: “Een ViaVia bezoeken geeft je reis meteen meer diepgang en verbondenheid. Je vindt er niet alleen een warme, vertrouwde plek waar je je als Joker-klant meteen thuis voelt – alsof de Joker-familie ook in het buitenland een plek voor je vrijhoudt – maar ook een schat aan lokale kennis. De ViaVia’s zijn echte specialisten in hun eigen bestemming en delen met plezier hun beste, vaak verrassende tips. Bovendien kan je er deelnemen aan authentieke tours en workshops die je reis verdiepen. Zo volgde ik in ViaVia Buenos Aires een workshop over maté-thee. Een kleine activiteit, maar boordevol betekenis. Ik leerde er over lokale gebruiken die later tijdens mijn reis telkens terugkwamen. Die combinatie van gastvrijheid, kwaliteit en lokale verankering maakt ViaVia en Joker samen écht uniek.
“ViaVia’s creëren werk, ondersteunen lokale ondernemers en zetten sociale projecten op. Zo werkt ViaVia Copán mee aan Nachos Para Todos, een initiatief dat leesboekjes schenkt aan kinderen in plattelandsdorpen.”
Isabelle: “Via de samenwerking met de ViaVia’s maken we als Joker-reizigers ook een positieve impact op de lokale gemeenschap. ViaVia’s creëren niet alleen werk en ondersteunen lokale ondernemers, maar zetten ook sociale projecten op. In Honduras werkt ViaVia Copán bijvoorbeeld mee aan Nachos Para Todos, een initiatief dat leesboekjes schenkt aan kinderen in plattelandsdorpen, waar toegang tot degelijk lesmateriaal allesbehalve vanzelfsprekend is. Met zo’n eenvoudige maar doeltreffende actie geef je als reiziger iets waardevols terug. Zulke projecten hebben we in bijna alle ViaVia’s lopende, wat maakt dat we erg graag gezien zijn bij de lokale bevolking, en dat voel je als reiziger ook. ”
Hoe kijken jullie terug op de afgelopen 30 jaar?
Jan: “Als ik terugkijk op de voorbije 30 jaar, dan zie ik in de eerste plaats een verhaal van samen dingen doen, met veel plezier onderweg. ViaVia is gegroeid vanuit vriendschap, goesting en het geloof dat reizen mensen kan verbinden. We hebben met ontzettend veel mensen – collega’s, partners, reizigers – mooie momenten beleefd én mogelijk gemaakt. Daar ben ik trots op. Maar ook op wat we structureel opgebouwd hebben: een wereldwijd netwerk, van noord tot zuid, oost tot west. Als kleine Belgische kmo hebben we toch maar een intercontinentaal platform uit de grond gestampt dat niet alleen reizigers inspireert, maar ook lokaal echt impact maakt. Vandaag stellen we via de ViaVia’s buiten België meer dan 400 mensen tewerk. Dat is niet niets. Die sociale en economische impact is iets wat we niet uit het oog mogen verliezen.”
Toon: “Voorbeeld bij uitstek van die impact is dat we meerdere ViaVia’s hebben die momenteel volledig gerund worden door mensen uit de lokale bevolking. De Belgen die deze ViaVia’s ooit hebben opgericht zijn daar weg en niet meer betrokken bij het dagdagelijkse beleid. De huidige managers zijn daar vaak begonnen als personeel en zijn door de jaren heen doorgegroeid, en zijn nu soms zelfs de eigenaars. De band tussen deze ViaVia’s en Joker heeft hier niet onder geleden, in tegendeel. We werken nog steeds zeer intensief met hen samen.”

Kunnen we in de toekomst nog nieuwe ViaVia’s verwachten?
Jan: “Onze expansie heeft zich de voorbije jaren vooral toegespitst op extra ViaVia’s buiten Europa. Nu kijken we ook terug naar België. We hebben onszelf als doel gesteld om in de komende jaren richting 5 Belgische ViaVia’s te gaan, met nieuwe vestigingen in grote steden zoals Gent en Brussel.”
Isabelle: “We zitten ook in de laatste rechte lijn naar een nieuwe ViaVia in samenwerking met kunstenaar Koen Vanmechelen en ondernemer Angelo Bruno in Genk. Daar zal ViaVia de uitbating van het King’s Nest opnemen, een hotel met 9 kamers en aanpalend restaurant.”
Toon: “Maar we willen ook buiten België blijven groeien. Om met ViaVia’s op de juiste plekken het verschil te maken, stemmen we steeds meer af met Joker en Anders Reizen: wat zijn onze topbestemmingen, waar leeft er iets, hoe kunnen we ons netwerk en de impact ervan zo strategisch mogelijk uitbreiden? Zo hebben we een shortlist opgesteld van 8 bestemmingen waar we in de toekomst graag een ViaVia willen openen, al beperken we ons niet tot deze bestemmingen. ViaVia wil kansen creëren, bruggen bouwen, ondernemerschap stimuleren en dromen waarmaken, waar dan ook. Dus wie zich aangesproken voelt om ergens ter wereld een plek op te starten waar ontmoeting en positieve impact centraal staan: welkom!”
Jogjakarta (Indonesië) was de eerste buitenlandse ViaVia, die in 1995 de eerste stapjes zette.
Het verhaal van deze pioniers blijft indrukwekkend. Tyas, manager van het restaurant in Jogjakarta: “We hebben alles meegemaakt: financiële crisissen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, maar we vinden altijd een nieuwe weg. Al had niks ons voorbereid op de COVID-19 crisis. We waren onze voorbereidingen aan het maken voor 25 jaar ViaVia, maar de pandemie verpeste alles. Het verliezen van collega’s deed enorm veel zeer, waardoor ik ook bijna opgaf. Ik dwong mezelf om verder te groeien, aan te passen en om de verandering te omarmen. Zo blijf ik mijn grenzen verleggen en verrast ViaVia mij na 30 jaar nog steeds. Het is echt een eer om deel uit te maken van deze familie.”
Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
“The feeling of feeling good, that’s home.”
Wat is “thuis” voor jou? Sustainable Storyteller Mikaela dook op Joker-jongerenreis het avontuur in en ging er tijdens een homestay in Indonesië op zoek naar de betekenis van “rumah”. Ze kwam terug met 17 minuten aan prachtig, ontdekkend, ontroerend, verbazend, af en toe onwennig, maar vooral verbindend beeldmateriaal: “Reizen draait niet alleen om wat je ziet, maar ook om wat je achterlaat.” Enorm warm aanbevolen voor op je watchlist dus: haar documentaire Rumah!
Tekst & interview: Mikaela Pimentel & Siska Wera // Foto’s: Mikaela Pimentel
Benieuwd naar de documentaire die ze maakte? Bekijk ‘m hier:
Een duurzame docu draaien in Indonesië, waarom zag je dat volledig zitten?
Mikaela: “Ik zie reizen niet als een checklist van plaatsen waar je bent geweest, maar als een verzameling van momenten die je veranderen. Ik wil die momenten vastleggen, zodat ze niet alleen voor mij blijven bestaan. Ik wil weten hoe een plek ruikt bij zonsopgang, welke geluiden je hoort als de stad nog slaapt, wat mensen écht denken als ze zeggen: Welkom in Indonesië, welkom in mijn huis. Ook hou ik ervan om te vertragen, om ergens te blijven hangen als een plek me iets te vertellen heeft. Dit project gaf me een hele mooie reden om langer te blijven zitten en te luisteren.”
“Ik zie reizen niet als een checklist van plaatsen waar je bent geweest, maar als een verzameling van momenten die je veranderen. Ik wil die momenten vastleggen, zodat ze niet alleen voor mij blijven bestaan.”
Van wat je daar dan hoorde, wat verraste je het meest? En wat verraste je net niet?
Mikaela: “Ik wist al dat reizen niet alleen draait om wààr je bent, maar ook om hoé je er bent. Dit project bevestigde dat nog eens: je kunt een plek ‘zien’, of je kunt er echt zijn. Wat ik dan weer niet verwachtte, was hoe herkenbaar Indonesië zou voelen. Alsof ik in een omgeving was waar ik al eerder had moeten zijn. Misschien omdat de ritmes van het leven daar mij deden denken aan mijn thuisland Peru, of omdat gastvrijheid er niet draait om formaliteiten, maar om instinct. Mensen zorgen gewoon voor je, zonder daar iets voor terug te verwachten. Sommige culturen ademen gastvrijheid, terwijl anderen het hebben ingekaderd in regels en verwachtingen. Sommige mensen openen hun huis omdat het moet, en anderen omdat ze dat écht willen.”
Thuis, home, rumah … wat is dat voor jou?
Mikaela: “Zeker geen vaste plek, en meer dan muren en een dak. Thuiskomen betekent dus ook niet altijd dat je terugkeert naar waar je vandaan kwam. Iemand kan ook een thuis voor je zijn.”
Nu je terug “thuis” bent, hoe kijk je op je project terug?
Mikaela: “Als iets wat nog niet helemaal voorbij is. Sommige mensen eindigen hun reis eens terug thuis, maar deze reis leeft verder. In beelden en in gesprekken.”
Tip voor jonge filmmakers: we sturen elke zomer een Storyteller op pad! Schrijf je in op onze nieuwsbrief om de oproep zeker op tijd te zien.

Dit artikel verscheen in De Karavaan van april 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Thuis in de Andes: logeren bij locals
Wat is een betere manier om je onder te dompelen in de lokale cultuur dan te verblijven bij mensen thuis? Bij Karavaan zien we reizen als een kans om écht verbinding te maken: met mensen, culturen en de natuur. Het gaat niet alleen om de bestemming, maar ook om de impact die we achterlaten. Door bij een gastgezin te verblijven, maak je je reis meteen duurzamer. Benieuwd naar het wat en waarom van een homestay? Lees dan vooral verder!
Tekst: Gwendolyn Van Damme // Foto’s: Gwendolyn & haar deelnemers


Ervaar de kracht van ontmoeting
Tijdens de Joker Avontuur-reis naar Peru staat een homestay vast in het programma. Als reisbegeleider verbleven mijn groep en ik in juli dus bij een lokale familie in de Colca-vallei. Als voorbereiding op een 2-daagse trekking door de Colca Canyon (2 keer zo diep als de Grand Canyon!), acclimatiseerden we bij een familie in Coporaque. Starten deden we met een blij ontvangst door de gastvrije eigenaren van casa vivencial Yuraq Qaqa: Marta, Jacintho en Majo de puppy.
Wat stond er dan op het programma in de namiddag? Nieuwsgierig volgden we Jacintho en Marta naar een veldje net buiten het kleine dorpje. Daar lag een stapel gedroogde maïs te wachten om gepeld te worden. Voor alles een eerste keer! Met een rookpluimende vulkaan op de achtergrond gingen we aan het werk, terwijl de zon stilletjesaan achter de heuvels verdween. Na de activiteit wandelden we naar een uitkijkpunt over de omliggende vallei. Daar waren nog terrassen te zien die door de Inca’s zovele jaren geleden waren aangelegd. De boeren uit de omgeving maken er dankbaar gebruik van.
’s Avonds werden we in de watten gelegd met een heerlijk 3-gangenmenu, bereid met lokale ingrediënten zoals quinoa. En nadat onze buikjes gevuld waren, sloten we de avond af met, jawel, een kampvuur! Als kers op de taart maakte ook een jonge alpaca haar entree. Het werd een prachtige avond.
“Homestays bieden je de unieke kans om een cultuur diepgaander te beleven en investeren rechtstreeks in de lokale economie & gemeenschap.”
Tijdens het hele verblijf stonden Jacintho en Marta open voor al onze vragen en deelden ze met enthousiasme verhalen over hun cultuur en gewoonten. Een verblijf bij een gastgezin biedt de unieke kans om je rol als toerist te overstijgen en om een cultuur diepgaander te beleven. Door te luisteren en te delen, ontdek je nieuwe perspectieven. Dat is de kracht van ontmoeting.
Laat je inspireren voor een duurzamer leven
Door te kiezen voor een homestay, investeer je rechtstreeks in de lokale economie. Het geld blijft in de gemeenschap en gaat niet naar grootschalige hotels met buitenlandse investeerders, die bovendien veel water en energie verbruiken en weinig aandacht hebben voor duurzaamheid.
“Vaak interpreteren we heel snel, zonder te verifiëren of onze aannames wel kloppen.”
Daarnaast verkleinen homestays je ecologische voetafdruk. De maaltijden zijn vaak bereid met seizoensgebonden, lokale producten en de gastgezinnen gebruiken hun eigen methodes om energie te besparen en afval te beperken.
Wat het echt bijzonder maakt, is dat je de uitdagingen van de lokale gemeenschappen van dichtbij ervaart. Door deel te nemen aan alledaagse activiteiten en naar hun verhalen te luisteren, krijg je een veel tastbaarder beeld van bijvoorbeeld de impact van klimaatverandering. Misschien is dat wel het duwtje in de rug dat je nodig hebt om ook in je eigen leven kleine duurzame veranderingen aan te brengen.
Til je homestay naar een hoger niveau
Met deze tips haal je nog meer uit je homestay:
- Leer een aantal woordjes in de lokale taal. Een paar woorden doen al wonderen: het toont je interesse in de lokale cultuur en schept een band. Onze groep leerde een basis Quechua, de inheemse taal van de Inca’s.
- Denk aan het milieu. Vermijd plastic afval, gebruik een herbruikbare drinkbus en wees bewust van je energie- en waterverbruik. Dit past bij het duurzame karakter van een homestay en een Joker-reis.
- Stel veel vragen en toon interesse. Luister met een open geest en oordeel niet. Wees niet bang om informatie te vragen als je iets ziet dat anders is dan dat je gewoon bent. Vaak interpreteren we heel snel, zonder te verifiëren of onze aannames wel kloppen.
- Ga op zoek naar de dingen die jullie gemeenschappelijk hebben. Kijk verder dan “wij versus zij”. Iedereen is diep vanbinnen namelijk op zoek naar verbinding, iedereen wil deel uitmaken van een groep. Dat maakt ons mens.
Duurzaam reizen begint bij jezelf. Overweeg dus eens om tijdens je volgende reis bij een gastgezin te verblijven. Je zal er geen spijt van hebben: je verrijkt je leven met nieuwe ervaringen en onvergetelijke ontmoetingen en je krijgt een duurzamer avontuur! Door bewuste keuzes te maken, dragen we samen bij aan een betere toekomst voor zowel de planeet als de mensen die er wonen.
Is jouw interesse geprikkeld en wil je meer weten over homestays? Check dan zeker ook de Karavaan-documentaire Rumah, die het verhaal over homestays in Indonesië vertelt. Bekijk hier de documentaire op YouTube. 👇
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
10 eerste indrukken in Japan
In oktober trok ik voor de eerste keer als reisbegeleider naar het verre Japan, met een keitoffe Joker-bende in mijn kielzog. Een volledig jaar al was ik aan het plannen, voorbereiden en dromen van dit land dat zo hard tot de verbeelding spreekt. Ik vertrok met torenhoge verwachtingen en die werden één voor één ingelost … Maar wat waren nu mijn eerste indrukken van dit land dat al zo lang op mijn bucketlist stond?
Tekst: Stien Swinnen // Foto’s: Stien & haar deelnemers


1. Culinaire hoogtepunten
Het eten, a.k.a. reden nummer één die wordt opgegeven door mensen die naar Japan willen reizen. And we were in for a treat: dampende kommen ramen met versgemaakte noodles, okonomiyaki (soort hartige pannenkoek) die voor je neus wordt klaargemaakt, een volledig menu met Wagyu-beef dat smelt op de tong, een traditioneel Japanse maaltijd in onze ryokan, de meest verse sashimi die je ooit proefde … Het ene culinaire hoogtepunt na het andere stapelde zich op als een stapel sushi-bordjes die we maar van de conveyor belt bleven plukken!
2. Rust, respect en recycleren
De mensen in Japan zijn meestal heel gereserveerd, dat klopt. Maar ik vond hen ook hartelijk, supervriendelijk en behulpzaam. Zelfs met beperkte communicatie in het Engels, werden we vlot geholpen door iedereen die we ontmoetten. Zelfs in drukke stations of grote mensenmassa’s voelde het nog steeds aangenaam aan, omdat iedereen zich zo rustig gedraagt. De groep komt voor het individu: één van de basishoudingen is dat zij niemand anders tot last willen zijn. Eten in openbare plaatsen is not done. Vuilnisbakken zijn nagenoeg nergens te vinden, maar toch vind je nergens zwerfvuil. In Japan wordt afval de hele dag netjes bijgehouden tot thuis en daarna gerecycleerd. Schoenen worden bij het betreden van een woning of guest house aan de deur achtergelaten en je wordt steevast begroet met een respectvolle buiging. Ook al zijn er heel wat Westerse invloeden binnengesijpeld in de Japanse maatschappij, zij doen de dingen nog steeds op hun eigen manier.
3. Grootsteden met grote verschillen
Overweldigend, overprikkelend en op voorhand ook een beetje intimiderend, die hypermoderne grootsteden in Japan. Maar eens je went aan het openbaar vervoer, de constante stroom van mensen en de hoge gebouwen, ontdek je dat elke stad (en zelfs elke buurt) een andere vibe heeft, er om elke hoek iets anders te ontdekken valt en je van de ene in de andere nieuwe indruk tuimelt. Osaka, Hiroshima, Kyoto, Tokyo … ze zijn allemaal zo verschillend en hebben hun eigen unieke karakter. Momentjes van rust zocht ik op in de groene parken of door langs een kleine tempel te passeren. Eén ding moet je wel loslaten: je gaat nooit álles gezien hebben en ik was al heel blij met de plaatsen die ik wel kon bezoeken tijdens onze reis. Reden te meer om nog eens terug te gaan.

4. Berenbellen & theehuisjes
Naast grote steden bezochten wij ook heel wat kleinere plaatsen en trokken we enkele keren de natuur in. Japan is een enorm groen land met prachtige bossen, bergen, vulkanen, een mooie kustlijn en talrijke warmwaterbronnen. We wandelden in de Japanse Alpen een stukje van een oude postroute, tussen Magome en Tsumago. We trokken stukken door het bos, door piepkleine dorpjes met traditionele huizen en stopten onderweg voor een gratis kopje thee in een theehuisje waar het vuur gezellig brandde. Langs het goed aangegeven pad hangen op regelmatige afstand bellen, die je moet rinkelen om beren op afstand te houden. De beloofde beren hebben we niet gespot, spijtig genoeg of gelukkig. ’t Is maar hoe je het bekijkt.
5. Pendelgenot
Treinen die op tijd rijden, het is een droom die menig Belgische pendelaar koestert … In Japan houden de treinen zich niet alleen stipt aan hun rijtijden, ze worden ook nog eens tiptop onderhouden en gepoetst. Je kan je stoel draaien naar de gewenste rijrichting, er zijn propere toiletten aan boord en het is er zalig stil ondanks de enorme snelheid waarmee ze door het Japanse landschap zoeven. Zowel de lokale treinen als de hogesnelheidstreinen, de beroemde Shinkansen, functioneerden perfect. Hebben wij een trein met vertraging gespot? Jawel! Hebben wij dan allemaal een foto genomen? Euh, jawel hoor, dat is uiteindelijk toch ook een unieke ervaring in Japan. Bij terugkeer naar België was aanpassen aan de Belgische treintijden misschien wel de grootste reversed culture shock waar ik terug aan moest wennen.
6. 7/11, Family Mart & Lawson
Misschien nog wel mijn favoriete ontdekking: een dagelijks bezoekje aan de lokale buurtsupermarkt. Ik ben zo’n grote fan, dat ik het geluidje van de deur soms nog hoor na-rinkelen in mijn dromen … Ze verkopen niet alleen snacks, maar je kan hier ook ontbijt, lunch en koffie krijgen. De boterhammen met eiersla, de verse gebakjes en onigiri (gevulde rijstdriehoekjes met een zeewiervel rond) vielen goed in de smaak en waren de perfectie optie voor de lunch tijdens onze verplaatsingen met de Shinkansen. En het favoriete souvenir van enkele deelnemers: sokken met strepen in de kleuren van de Family Mart.

7. Toiletten met knopjes & snufjes
Zoek het op, het is een ding. Een heel aparte ervaring op zich: het Japanse toilet. Voorzien van een bedieningspaneel, diverse sproeiknoppen, een muziekje om gebeurlijke geluiden te maskeren, een blazer om je bips weer droog te krijgen en vaak ook een wasbakje bovenop de spoelbak van het toilet, zodat het water waarmee je je handen wast, kan hergebruikt worden om door te spoelen bij de volgende plasbeurt. Zelfs op plaatsen waar je het niet verwacht (in parken, openbare toiletten, in het station …) kan je een proper toilet vinden dat voorzien is van alle technologische snufjes. En snufje mag je wel letterlijk nemen: wie wil, kan het kleinste kamertje zelfs parfumeren na hun bezoek.
8. Een extra reiszak vol souvenirs
Ik kon niet altijd volgen wanneer mijn reisgenoten het hadden over anime, manga, Pokemon, Studio Ghibli, Naruto, en nog zoveel meer. Maar ik vond het wel fantastisch om hen hierover te horen praten en om te zien hoe zij zich in die fantasiewereld konden onderdompelen in de Japanse steden. Elk Pokemon-center werd bezocht, tweedehands manga-winkels werden geplunderd, fantasy-stores werden afgevinkt van de bucketlist en in de iconische winkelketen Don Quijote sloegen we een voorraad Japanse snacks in. Meerdere mensen uit onze groep hebben op het einde van de reis in Tokyo een extra reiszak moeten kopen om al hun gekochte plushies, collectibles, mangas … terug thuis te krijgen. We hebben de lokale economie extra goed gesteund dus.

9. Traditie & religie
Van een hypermoderne maatschappij verwacht je het niet meteen, maar het dagelijkse leven in Japan is doorspekt met oude tradities en gewoonten die terug te leiden zijn naar hun religie. De twee belangrijkste religies in Japan zijn het shintoïsme en het boeddhisme. Al meer dan 1400 jaar bestaan deze geloven harmonieus naast elkaar en vullen ze elkaar zelfs aan. Verspreid door heel het land vind je talloze boeddhistische tempels, shinto-schrijnen en andere religieuze of spirituele plekken. Een goed onderhouden schrijn vlak naast torenhoge wolkenkrabbers is geen rariteit en een welkom rustpunt in de drukte van de grootstad.
10. Ontspannen in de onsen
Joker verlegt je grenzen. Dus trokken we op dag 5 naar de onsen om met z’n allen naakt te ontspannen in de warmwaterbaden. Voor je de baden betreedt, was je je van kop tot teen, zittend op een krukje. Het enige dat je mee binnen neemt, is een piepklein handdoekje dat je tijdens het baden nat boven op je hoofd legt om een beetje af te koelen terwijl je ontspant in het hete water. Deze traditionele manier van baden wordt door toeristen eerder gezien als een spa-beleving, maar is tot op de dag van vandaag voor sommige Japanners zonder uitgeruste badkamer hun dagelijkse manier om zich te wassen. In de onsen die wij bezochten waren de baden in openlucht, net naast een waterval. Echt een mooie en ontspannende ervaring.
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Destination Bhutan als ultieme reist(r)ip
Wanneer mensen mij vragen ‘Hoe was het in Bhutan?’, begin ik met ‘Goed!’. Daarna durf ik al eens te zeggen ‘Heerlijk om eens te mogen volgen, in plaats van altijd als reisbegeleider Joker-groepsreizen op sleeptouw te nemen’. Maar als ik daarna merk dat er nog meer wil om te luisteren is, dan is het hek van de dam. En aangezien ik jullie stilte op dit moment graag zo opvat, here I go!
Tekst: Siel Lammertyn / Foto’s: Siel Lammertyn, Tim Van Den Brande


De WOW-factor van Bhutan begint al in het vliegtuig. Als je vliegt vanuit Delhi of Kathmandu, dan word je een hele vlucht lang getrakteerd op de mooiste zichten. De piloot ontpopt zich tot reisbegeleider: ‘Ladies and gentlemen, on your left you can see the Mount Everest, the highest mountain in the world … And now you see the 3rd highest mountain … And now you see the 5th tallest mountain…’. Naar beneden turend richting de bergen van Nepal zie ik de vele huizen in de valleien. Maar dat stopt vanaf dat je het Bhutanees luchtruim binnenvliegt. Hier is niks anders dan bergen en bomen. Tot je opeens wel erg dicht bij de grond begint te vliegen, zo dicht dat je bijna de individuele rijstkorrels op de rijstvelden kan zien groeien. Tussen de bergen slalomt het vliegtuig tot, letterlijk achter het (berg)hoekje, de kortste landingsbaan ooit komt piepen. Wat een landing! Alle passagiers zijn al overweldigd door Bhutan, nog voor we goed en wel aangekomen zijn.
“Van de goulden rijstvelden & de wondermooie tempels tot hoge passen & diepe valleien , ze doen me met open mond staren”
De Bhutanese identiteit boven alles
Ondanks dat Bhutan actief toeristen probeert te lokken, blijft het een dure bestemming. Ik was er dan ook slechts 8 nachten. Voor een land met de grootte van België zou dat moeten lukken. Maar strijk al die Bhutanese bergen plat en je hebt een land ter grootte van India. Schaamteloos beperk ik me dus tot de toeristische route, waar ik warempel één van de jongere reizigers blijk. Hierdoor zijn de wandelroutes, van kortere tot meerdaagse, niet druk. Alleen de monniken of nonnen wandelen me steevast met vaste tred voorbij. Want ja, aan het einde van elke wandelroute ligt wel één of andere tempel die je enkel te voet kan bereiken. De gebedsmolens, gezangen, gebeden en uitzichten zorgen voor een serene sfeer. Maar wist je ook dat alle gebouwen (particulier én openbaar) moeten opgetrokken worden in de typische Bhutanese architectuur? Prachtig!
En dat brengt me naadloos bij nog zo’n Bhutanese eigenaardigheid: hun focus op het behoud van de Bhutanese identiteit. Buitenlanders zijn er enkel welkom om tijdelijk te werken of toerist te spelen. Migreren naar Bhutan, dat gaat niet.
Aan het werk? Dan moet je traditionele Bhutanese kledij dragen. Overal, van de straat tot de mensen hun living, zie je portretten van de koning – die van nu, van het verleden én de toekomst. De troonopvolger is namelijk de peuterzoon van de koning, wiens portret ook overal te vinden is. De Bhutanen hebben een enorm vertrouwen in hun koning. Zo groot dat de eerste verkiezing voor een parlement slechts in 2008 plaatsnam en dat de modale Bhutanees nog steeds het nut er niet van inziet, want waarom hebben ze meer nodig dan hun koning? Natuurlijk zijn de parlementsleden ook zo doordrongen van dat feit, dat zij niets zouden beslissen dat de koning zou schofferen. Als er dus beslist wordt dat alle huizen een groen dak moeten hebben, want dat is beter voor het landschap, dan doet iedereen dat zonder morren.

Flaming Thunderbolt of Wisdom
Het land ligt gesandwicht tussen India en Tibet, en die invloeden kan je goed voelen. Desondanks kan je Bhutan niet verwarren met die twee landen. Van hun grondwet (‘Het hele land moet voor minimum 60% uit beschermde natuur bestaan’) tot hun eten (’t Is precies Tibetaans, maar ongelofelijk pikant), ze doen er hun eigen ding mee.
Het land is ook Boeddhistisch, maar doet ook dat op z’n eigen manier. Zo zie je te pas en te onpas fallus-symbolen. Dat komt door één monnik; The Divine Madman. Als yogi was hij tegen het Boeddhistische establishment, hij deed graag zijn eigen ding. Zo zwierf hij rond, vertelde hij aangebrande moppen, verleidde vrouwen en dronk bier. Vele verhalen gaan de ronde over deze yogi: zo plaste hij op de het hoofd van een monnik, waarna er een heilig mantra op het hoofd van deze monnik verscheen. Maar waarom dan de fallus? Voor demonen trok hij steevast zijn broek uit. Bij het aanzien van zijn Flaming Thunderbolt of Wisdom – en die naam verzin ik niet! – konden die demonen niet anders dan bezwijken. Een krachtig wapen dus, die fallus. Bon, ik denk er het mijne van. Aan deze yogi hebben de Bhutanezen ook hun nationale dier te danken, die hij maakte van een kruising tussen een geit en een koe. In een land waar tijgers, rode panda’s en sneeuwluipaarden rondlopen, kan enkel een Divine Madman zorgen dat zo’n dier nationaal wordt vereerd!

Unieke bestemming om met open mond naar te staren
Maar Bhutan is vooral prachtig. Van de gouden rijstvelden tot de hoge passen, van de wondermooie tempels tot de eeuwige bossen. De frisse berglucht, diepe valleien en dorpen doen me met open mond staren – of is dat de ijlheid door de hoogte? Gooi daar nog één van hun typische Boeddhistische festivals bovenop – en dat zijn er veel, dus het is niet moeilijk om er minstens eentje te bezoeken – en je hebt een unieke bestemming die iedere ziel kan beroeren!
Heb jij zin om de sprong te wagen en Bhutan als reisbestemming op jouw bucketlist te zetten? Denk dan zeker aan deze stappen tijdens je voorbereiding:
- Welk type reis wil je doen? Meerdaagse trekkings, cultuur of een combinatie? Weet wel dat trekkings vaak extra permits vragen!
- Hoe geraak je er? Ga je overland vanuit Darjeeling (India) of vlieg je met één van Bhutanese vliegmaatschappijen (Drukair of Bhutan Airlines)?
- Wanneer wil je gaan? Het meest toeristische seizoen is oktober. In de winter of het regenseizoen kan je in 2025 ook goedkoper vliegen met Drukair.
- Een lokale gids is verplicht in Bhutan, vind dus de juiste partner. Onze Joker-groepsreizen werken samen met Nim van Lotus Arising. Een aanrader!
- Denk na over jouw budget! Per dag moet er een SDF (Sustainable Development Fee) worden betaald. Deze gaat integraal naar onderwijs, zorg … Tot begin 2027 is dit tijdelijk verlaagd naar 100$ per dag.
- Een tip om jouw budget ietwat te verlagen: verblijf zo vaak mogelijk in farmstays. Hierbij verblijf je bij gezinnen die enkele kamers vrij hebben, maar die wel gekeurd zijn door de overheid. Verwacht je aan home cooked meals met lokale ingrediënten, een warme stoof in de living en gedeeld (maar wel erg proper) sanitair.
- En tenslotte, een tip voor tijdens het aftellen: check #destinationbhutan of #visitbhutan op Instagram! De toeristische dienst van het land zorgt quasi dagelijks voor prachtig beeldmateriaal op @tourismbhutan.
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!