Vietnam voor foodies: What the pho?
In januari trok ik op groepsreis naar Vietnam. Ik was benieuwd naar de groep, de tempels, de rijstvelden, de cultuur, of het verkeer nu echt zo chaotisch was en ik hoopte stiekem op een nieuwe op maat gemaakte outfit. Maar de foodie in mij kreeg minstens evenveel aandacht. Want in Vietnam reis je niet alleen met je rugzak, maar ook met je smaakpapillen. Van noedelsoep bij zonsopgang tot kokos-koffie in de middagzon: eten werd een even groot avontuur als de reis zelf.
Tekst & foto’s: Lien Castelein


Een groot deel van het Vietnamese leven speelt zich af op straat, en dat geldt ook voor eten. Kleine stoeltjes, een houtskoolvuurtje en de geur van koriander en gegrild vlees: zo proefde ik Vietnam. Voor een paar euro stond mijn tafel vol hapjes: bánh xèo (knapperige pannenkoeken met garnalen en groenten), goi cuôn (springrolls) en chè (zoete dessertsoep).
Praktische tips voor foodies
- Leer enkele woorden Vietnamees: an chay = vegetarisch, không cay = niet pikant.
- Drink geen kraanwater, maar thee & koffie zijn overal heerlijk. Hiervoor gebruiken ze grote bidons drinkwater.
- Laat je verrassen: vaak zijn de eenvoudigste gerechten de grootste ontdekkingen.
- Streetfood? Waar veel locals zitten, zit je altijd goed.
“Voor mij is Vietnam de geur van straatkraampjes, het geluid van slurpende noedels en de zoete smaak van gecondenseerde melk in mijn koffie. Wie het land écht wil begrijpen, doet dat met stokjes in de hand en een phin-filter op tafel.”
5x must-eat in Vietnam
Pho • De nationale trots
Pho is hét Vietnamese comfortfood. Een bouillon die urenlang heeft staan trekken met botten en specerijen vormt de basis. Daarin komen rijstnoedels, verse kruiden en meestal rund of kip. Iedereen rond de tafel knijpt er nog wat limoen over, voegt chili toe of een scheut vissaus. Pho is geen gerecht, het is een ritueel. Ik at het ’s ochtends vroeg, terwijl de stad rond me ontwaakte.

Bánh mì • Een Frans broodje met Vietnamese punch
De Fransen brachten tijdens hun kolonisatieperiode hun baguette mee, de Vietnamezen maakten er iets veel beters van: bánh mì. Een knapperig broodje vol ingelegde groenten, koriander, chili en bijvoorbeeld paté, ei of gegrild vlees. Elke verkoper heeft zijn eigen versie. Voor nog geen anderhalve euro at ik er eentje dat beter smaakte dan eender welk broodje dat ik ooit in Europa kocht. Perfect als ontbijt, snelle lunch of snack tijdens een treinrit.

Cao lau • De smaak van Hôi An
In Hôi An proefde ik cao làu, stevige noedels met varkensvlees, veel kruiden en knapperige croutons van rijstpapier. Volgens de legende moet het water voor de noedels uit een eeuwenoude bron komen om het écht cao làu te mogen noemen. Het verhaal maakt het gerecht alleen maar magischer.

Bún cha • Grillen in Hanoi
In het noorden ontdekte ik bún cha: gegrild varkensvlees met dunne rijstnoedels en een kommetje saus op basis van vissaus, suiker, limoensap en chili. Je dipt, mengt en rolt tot je eigen perfecte hap. Dit gerecht staat vaak op de grill te sudderen en de geur alleen al is onweerstaanbaar.


Goi cuôn • De frisse springroll
Springrolls, of goi cuôn, zijn misschien wel het meest verrassende Vietnamese gerecht. Je rolt zelf rijstvellen vol met groenten, kruiden, rijstnoedels, garnalen of vlees en dipt ze in pindasaus of de typische nuoc cham (vissaus met limoen, suiker en chili). Licht, gezond en ideaal op een warme dag. Ik vond het heerlijk om ze zelf te leren rollen tijdens een kookworkshop: een perfecte mix van gezelligheid, gepruts en beloning.


Koffie = meer dan cafeïne
Vietnam is na Brazilië de tweede grootste koffieproducent ter wereld. Vooral de sterke robusta-boon wordt er verbouwd, die krachtiger en bitterder smaakt dan de zachtere arabica. Koffie drinken doe je hier niet gehaast, maar langzaam, vaak op lage plastic stoeltjes langs de straat, al keuvelend en kijkend naar het verkeer dat voorbij raast.
Tijdens een koffietour ontdekte ik hoe divers koffie hier is. Elke regio lijkt wel zijn eigen specialiteit te hebben. Vier koffies later voelde ik me behoorlijk hyper, maar ook helemaal ondergedompeld in de Vietnamese koffiecultuur.
Egg coffee • het Noorden (Hanoi)
In de jaren ’40, toen melk schaars en duur was, begon een barman in Hanoi eidooiers op te kloppen met suiker en koffie. Zo ontstond egg coffee: romig, bijna als tiramisu in een kopje. Het werd een icoon van Hanoi en staat tegenwoordig in bijna elk café op de kaart.

Kokoskoffie • het Zuiden
In Saigon en het zuiden houden ze van experimenteren. Kokoskoffie is romig, fris en een tikkeltje tropisch. Het ijs maakt het een perfecte dorstlesser in de hitte, en de kokos geeft een bijna dessertachtige toets.


Salt coffee • Centraal-Vietnam (Hué)
In Hué, de oude keizerlijke hoofdstad, proefde ik salt coffee. Een klein snufje zout wordt toegevoegd aan de koffie of de room erbovenop. Dat klinkt vreemd, maar het haalt de bitterheid weg en maakt de smaak verrassend zacht.
White coffee • overal
Dit is dé nationale favoriet. Sterke robusta-koffie druppelt via een metalen phin-filter in een glas, waarna er gecondenseerde melk en ijs aan toegevoegd worden. Het resultaat: straf, zoet en verfrissend. Deze koffie zie je werkelijk op elke straathoek, van zonsopgang tot laat in de avond.


Wist-je-dat …
- Vietnam meer dan 1600 km lang is? Gerechten verschillen sterk van noord tot zuid.
- In Hanoi Obama ooit bún chà at samen met Anthony Bourdain? Het stalletje werd meteen wereldberoemd.
- Het woord pho waarschijnlijk van het Franse pot-au-feu, een stoofgerecht, komt?
- Er verschillende redenen zijn waarom Vietnamezen altijd op die kleine stoeltjes zitten?
- De Fransen keken tijdens hun kolonisatieperiode op de locals neer wanneer ze laag zaten.
- Streetfoodstalletjes kunnen zo snel verdwijnen als de politie langskomt.
- En eerlijk: het zit gewoon niet zo comfortabel, dus je consumeert sneller.
Groepsreis voor foodies
Ga je mee op Vietnam Avontuur-reis met Joker? Dan ontdek je het land ook met je smaakpapillen:
- Je gaat achterop de scooter met lokale studenten op foodtour in Ho Chi Minh City langs verborgen eettentjes.
- Tijdens een kookworkshop bij Ethnic Travel leer je authentieke springrolls maken.
- Je fietst samen met een lokale gids naar de markt in de Mekong Delta en gaat er boodschappen doen voor het gerecht Banh Xeo, een soort hartige pannenkoek met ei.
- En de koffiecultuur kan je natuurlijk niet missen: van salt coffee tot egg coffee.
Vietnam laat zich niet samenvatten in tempels of rijstvelden alleen. Voor mij is het de geur van straatkraampjes, het geluid van slurpende noedels en de zoete smaak van gecondenseerde melk in mijn koffie. Wie Vietnam écht wil begrijpen, doet dat met stokjes in de hand en een phin-filter op tafel.


Dit artikel verscheen in De Karavaan van oktober 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
(Stereo)typisch Marokko
Hoe kijken wij als reizigers naar een land, en hoe kijken de inwoners naar ons? Welke vooroordelen of verwachtingen beïnvloeden onze reiservaring? En wat kunnen we als reiziger doen om verder te kijken dan stereotypen? 🤔
Een heel hoopje goeie vragen, waar we Sustainable Storyteller Marthe De Herdt mee op pad stuurden in Marokko. Een boeiende trip, zowel voor reizigers, als voor locals. Yallah, yallah!
Benieuwd naar de docu die Marthe in Marokko maakte? Bekijk ‘m hier! 👇
Marthe ging in augustus 2025 mee op Joker-jongerenreis naar Marokko. In opdracht van Karavaan onderzocht ze er welke (on)bewuste stereotypen je tegenkomt op reis. Waarom laten we jaarlijks zo’n Storyteller-docu maken? Om een duurzaam thema onder de aandacht te brengen bij (jonge) reizigers. We zetten ze aan het denken en sporen hen aan om zelf ook bewuste keuzes te maken op reis en daarbuiten. 💚
👀 Tip voor jonge filmmakers: Karavaan stuurt elke zomer een Storyteller op pad! Schrijf je in op onze nieuwsbrief om de oproep zeker op tijd te zien.
Usha’s treehouse: Een memorabele nacht in de Sri Lankaanse jungle
Daar zitten we dan: ronddobberend in het donker op een houten vlot, ergens op een meer in het midden van Sri Lanka. Onze guesthouse host Channa peddelt ons rustig voort. Achter hem: wij, met veel te veel bagage die we nooit hadden meegenomen als we wisten dat dit het plan was.
Tekst & foto’s: Lotte Doom


Wat dacht ik toen ik zei: “We nemen alles wel mee”?
Usha, Channa’s vrouw, had nog gezegd dat we voor het donker moesten aankomen. Ze had ons ook gevraagd of we niet wat spullen wilden achterlaten bij hen thuis: “Want kunnen jullie dat allemaal wel dragen?” “Tuurlijk!” had ik gezegd. Maar eerlijk: ik ben gewoon niet zo goed in inpakken. On the spot beslissen wat ik die avond en de volgende dag nodig heb, is dus niet mijn sterkste kant. Nu (een uur later ronddobberend in een zwart gat, met veel te veel bagage waardoor we daarnet amper zelf nog bij in de tuktuk pasten) besef ik pas wat ze écht bedoelde.
Wat volgt, is een wandeling (of eerder een sprintje) door de jungle in Sri Lanka, achter Channa aan. Het begon nog rustig (Channa schijnend met de zaklamp om zeker te zijn dat er geen olifanten in aantocht zijn), maar al snel schakelde hij over naar een andere strategie: lopen voor je leven. Wij dus erachteraan, met al onze nutteloze extra zakken in onze armen. We hebben geen idee wat ons nog te wachten staat en Usha’s waarschuwing gaat door mijn hoofd: “Pas op voor de olifanten, want ’s nachts kunnen ze heel onvoorspelbaar reageren.”
Van chaos naar rust
Zo blijven we maar lopen in een steeds dieper wordend zwart gat, tot Channa plots stopt. Voor ons: de boomhut, steunend op een prachtige boom, gemaakt van natuurlijke materialen en zelfgemaakt leem. We krijgen een rondleiding en voelen ons meteen thuis! Er is zelfs een eenvoudige badkamer met een (zeer welkome) douche.
Daarna volgt het eten: Usha had enorm veel klaargemaakt en alles was echt superlekker. Zij regelt alles van thuis uit: koken, de communicatie, zorgen voor de kinderen … Haar man Channa trekt met de gasten de jungle in, maakt alles klaar en blijft beneden slapen voor de veiligheid. Elke paar uur doet hij een ronde, op zoek naar beweging in de bossen, geluiden in de verte en olifanten die mogelijk op doortocht zijn en zo per ongeluk hun stukje land zouden beschadigen. Hij serveert Usha’s eten met zoveel trots. De warmte tussen hen (zelfs als ze niet fysiek samen zijn) en de manier waarop ze die warmte uitstralen naar ons, voelt zo oprecht aan. Het is echt alsof we logeren bij familie.
“De warmte en zachtheid van Usha & Channa werkt aanstekelijk. Niet luid, niet opvallend, maar zichtbaar in de kleinste dingen – en soms de iets grotere, zoals je treehouse vernoemen naar je vrouw.”
Na het eten gaat mijn reisgenoot naar bed, maar ik zit nog vol vragen. Dus wanneer ik Channa beneden bij de afwas vind in zijn tuin onder de sterren, begint hij te vertellen. Over hoe hij samen met zijn vriend de boomhut gebouwd heeft, hoe ze regenwater opvangen, hoe de zonnepanelen werken en waar elke plant in de tuin voor dient. De ene houdt slangen weg, de andere geeft gewoon lekkere besjes. Voor ik het besef, heb ik er al één op. Niet bepaald slim, random junglebesjes eten, maar het toont vooral hoeveel vertrouwen ik in hem heb, terwijl we elkaar eigenlijk nog maar een paar uur kennen.


Wat blijft wanneer je alles verliest
We wandelen samen verder door de tuin, over hun stukje land, terwijl het al bijna middernacht is. Channa vertelt over hoe het allemaal begon. Of beter gezegd: hoe alles eerst wegging. Vroeger had hij 11 guesthouses in Sri Lanka, in de buurt van Colombo. Alles ging goed, tot corona: geen toeristen meer, geen werk, geen inkomsten en geen zekerheid. Ze besloten te verhuizen naar dit dorpje en stukje natuur in Hiriwadunna om hun leven samen opnieuw op te bouwen. Klein, bewust en stap voor stap. “Want,” zegt hij, “als je veel hebt, kun je alleen maar veel verliezen.”
Vol verwachtingen vertrokken we naar deze plek. Ik hoopte op een avontuur in de jungle dat ik nooit meer zou vergeten. Dat kreeg ik, maar het werd nog zoveel meer dan dat. Wat mij het meest is bijgebleven? Hoe Usha en Channa met elkaar omgaan, hoe ze elkaar aanvullen en hoe hun warmte en zachtheid aanstekelijk werkt. Niet luid, niet opvallend, maar zichtbaar in de kleinste dingen – en soms de iets grotere, zoals je treehouse vernoemen naar je vrouw. Wat wil een mens nog meer?
Het grappige is dat ik daarvoor de hele wereld moest afreizen. Helemaal naar Sri Lanka om nog maar eens te zien dat elkaar respecteren, leven en laten leven en iedereen dag zeggen met een glimlach, echt een wereld van verschil kan maken. Want met hun glimlach, warmte en vooral hun oprechtheid hebben ze mij alleen maar meer geïnspireerd.
Of om af te sluiten met Usha’s woorden: “a home is not just a place, it’s a loving feeling.”
Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
“Finding Nemo meets National Geographic. Toch?”
Toen ik voor het eerst over duiken begon na te denken, zag ik mezelf al zweven door helderblauw water, omringd door kleurrijke vissen, misschien zelfs een schildpad op armlengte afstand. In mijn hoofd was duiken een soort meditatieve snorkelervaring, maar dan dieper en met coole gadgets. Denk: Finding Nemo meets National Geographic. Wat kon daar moeilijk aan zijn?
Tekst & foto’s: Laysa Ben Aissa
Wat ik echter niet wist, was dat duiken minstens evenveel draait om voorbereiding, techniek en zelfbeheersing als om mooie plaatjes. En dat die luchtfles op je rug zwaarder weegt dan je denkt — zeker uit het water.


Van droom naar realiteit: de opleiding
Om te mogen duiken heb je een brevet nodig. In mijn geval werd dat PADI Open Water Diver.
- 📖 De cursus begon niet met palmbomen of haaien, maar met een dosis theorie: een gids van 250 pagina’s, duidelijke video’s over veiligheid onder water en het belang van gecontroleerd opstijgen.
- 🤿 Dan de praktijk. In een zwembad of ondiepe zee leer je je masker leegmaken onder water, de druk in je oren regelen, je mondstuk terugvinden als hij uit je mond vliegt en hoe je je buddy moet helpen als die zonder lucht komt te zitten. Het leek eerder op een veiligheidsopleiding dan op het begin van een tropisch avontuur. En gelukkig maar, want onder water besef je dat die kennis misschien wel belangrijker is dan nieuwsgierigheid.
- 🌊 Twee dagen en vier duiksessies later, maakte ik mijn eerste openwaterduik. Tegen die tijd was ik nerveus, maar voorbereid. En toen gebeurde het: ik liet me achterover vallen van de boot, zakte langzaam af, keek omhoog naar het brekende licht, en voor ik het wist zat ik 14 meter dieper tussen de koralen en vissen. Slechts 35 minuten onder water, en toch voelde het alsof ik uren weg was.
- ✍️ Om de opleiding af te ronden, leg je een theoretisch examen af waarin je je kennis over veiligheid, duikplanning en uitrusting test. Na zo’n vier dagen heb je je duikbrevet op zak en gaat er letterlijk een nieuwe wereld voor je open.
Je kunt je reis verderzetten naar tropische bestemmingen zoals Egypte of Indonesië, waar kleurrijke riffen en helderblauw water op je wachten. Of je kiest voor avontuur en duikt naar mysterieuze wrakken, zoals de Thistlegorm in de Rode Zee of het Zenobia-wrak bij Cyprus. En vergeet de prachtige duiklocaties dichter bij huis niet: de Middellandse Zee rond Kroatië, de grotten van de Franse Rivièra of zelfs de Oosterschelde in Nederland is verrassend rijk aan leven. Met je brevet op zak ligt de onderwaterwereld voor je open!

Wat ik niet had verwacht
Er zijn dingen die je pas begrijpt als je onder water bent. Hoe onnatuurlijk het voelt om onder het oppervlak te ademen, hoe luid je eigen ademhaling klinkt in een wereld die verder helemaal stil is. Of hoe spannend het is om 12 meter diep te zitten en je te realiseren dat je niet ‘even naar boven’ kan — tenzij je weet wat je doet. Duiken is ontdekken, loslaten en vertrouwen. En dat maakt het zo bijzonder.
Duiken had ik me voorgesteld als iets rustgevends en fascinerends. En dat klopte. Maar wat ik niet had verwacht, was hoe bijzonder het zou voelen om écht even los te komen van de wereld boven water.
Het begint al bij je eerste echte ademhaling onder water. Je weet dat het werkt, maar pas wanneer je onder de oppervlakte blijft en merkt dat alles rustig doorgaat, gebeurt er iets. Een soort vertraging in je hoofd. Het is verrassend hoe snel je went aan het ritme van je ademhaling en de zachte stroming rond je heen.
Wat ik ook niet had verwacht: hoe natuurlijk het uiteindelijk voelt om gewichtloos door het water te bewegen. Op het droge voelt de uitrusting loodzwaar, maar zodra je onder bent, verandert alles. Met een beetje lucht in je vest zweef je. Bewegen wordt traag en doelgericht. Je voelt je geen toerist meer, maar een bezoeker: welkom in een wereld die gewoon zijn gang gaat, of jij er nu bent of niet.
Bij één van mijn eerste duiken zwom er plots een schildpad op nog geen twee meter van me voorbij. Ze keek even mijn richting uit, traag en volkomen ongehaast, alsof ze me erkende als tijdelijke bezoeker, en zwom toen verder tussen de koralen. Dat moment blijft me bij. Niet alleen door de schoonheid ervan, maar ook door de rust die erbij hoorde.

“Niet elke duik is een natuurdocumentaire, soms zie je vooral zandbodem en een paar nieuwsgierige visjes. De zee geeft wat ze op dat moment te bieden heeft. Net dat maakt het zo bijzonder.”
Maar eerlijk: niet elke duik is een natuurdocumentaire. Soms zie je vooral zandbodem en een paar nieuwsgierige visjes. Geen scholen felgekleurde vissen die je omringen, geen voortdurend bewegend rif zoals je op video’s ziet. Maar juist dat maakt elk klein moment bijzonder: een koraal dat dichtklapt als je langs zwemt, een krab die zich verstopt onder een steen, een onverwachte ontmoeting met iets wat je nog niet kent. De zee geeft wat ze op dat moment te bieden heeft. En net dat maakt het zo bijzonder. Want elke keer dat je afdaalt, weet je niet wat je zult zien. Geen twee duiken zijn hetzelfde, en precies dat maakt het interessant.
En dan het uitzicht. Alles lijkt net iets magischer dan verwacht, maar anders dan je je misschien had voorgesteld. Geen explosie van kleuren zoals in een Disney-film, maar een stillere soort schoonheid. De felle tinten verdwijnen al na enkele meters diepte: rood vervaagt, oranje wordt bruin, en de wereld krijgt een blauwgroene gloed. Soms zie je een eenzame vis die je nieuwsgierig aankijkt, een groepje anemonen die zachtjes wiegen alsof ze ademhalen, of lichtstralen die door het water vallen als spotlights uit een stille hemel.
Wat ik vooral niet had verwacht, was hoe snel ik me op mijn gemak voelde. Ja, je moet een paar handelingen leren. En ja, het is een wereld met regels en gebaren. Maar binnen de kortste keren wordt het vertrouwd. Je maakt oogcontact met je buddy, maakt het oké-gebaar, en zweeft samen verder. Het is teamwork, avontuur en verwondering in één.
Kortom: ik dacht dat duiken vooral een mooie ervaring zou zijn. Maar wat ik niet wist, is dat het ook een rustpunt is. Een plek waar je vertraagt, je verwondert en telkens weer iets nieuws ontdekt.
“Bewegen wordt traag en doelgericht. Je voelt je geen toerist meer, maar een bezoeker: welkom in een wereld die gewoon zijn gang gaat, of jij er nu bent of niet.”

Wat duiken écht is
Wat ik dacht dat duiken was? Een leuke vakantieactiviteit. Wat duiken echt is? Duiken verrast je. Onder water valt alles weg: de zwaartekracht, de haast, de ruis van boven. Wat blijft, is een onbekende wereld vol verwondering. Zodra je onderduikt, kom je een andere wereld binnen. Stil, magisch en vol leven. Je voelt je klein, maar intens aanwezig. Of je nu zweeft boven een wrak, oog in oog komt te staan met een schildpad, of gewoon leert ademen onder water: het verandert iets in je. En dat wil je meemaken. Want zelfs na één keer duiken kijk je helemaal anders naar de zee.
Het vraagt voorbereiding, ja. Maar wat je ervoor terugkrijgt? Dat moét je ervaren. En het mooiste? Duiken is voor iedereen. Ook voor jou!
PADI Open Water Diver course: de cijfers
- 3 à 4 dagen cursus (inclusief theorie)
- 4 à 5 duiken
- 1 theorie-examen
- € 400 – 600 voor de volledige cursus
- Maximaal 18 meter diepte
- Meer info? Check PADI.com
Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
10 dagen Duitsland met de Deutsche Bahn
Afgelopen zomer wilde ik graag voor de eerste keer met mijn vriend op reis. Er was maar één probleem: ik had een zéér beperkt reisbudget. Dat klinkt voor de studenten onder jullie waarschijnlijk herkenbaar in de oren. De oplossing: een reis met het openbaar vervoer dicht bij huis. We besloten om een tiendaagse treinreis te maken door Duitsland, met een Deutschland-Ticket! Het enige wat op voorhand vastlag, was de Flixbus naar München. Daarna kon de reis nog letterlijk alle richtingen op gaan.
Tekst: Anne Roebben // Foto’s: Anne Roebben & Galee De Craene


Een Deutschland-Ticket
Sinds 1 januari 2025 kost een Deutschland-Ticket €58 per maand. Daarmee kan je gedurende 1 maand door heel Duitsland ongelimiteerd reizen met de regionale trein (dus geen IC), tram en bus.

Let op: Je abonnement wordt automatisch verlengd en je kan het ten laatste op de 10de van de maand annuleren. Wil je dus bv. op reis van 20 tot 30 juli? Dan koop je best je abonnement aan het begin van de maand én annuleer je het ook meteen. Zo loop je geen risico dat je per ongeluk dubbel betaalt.
Uitgaven aan overnachtingen: €0!
We vonden onze slaapplekken via de Couchsurfing-app. Via dat platform kan je mensen ontmoeten die hun huis gratis openstellen voor reizigers. Voor mij was het de eerste keer dat ik op die manier reisde en ik vond het best spannend om bij vreemden thuis te overnachten. Maar dat is elke keer supergoed meegevallen! Vaak ging het om mensen die hun dagelijkse routine wilde doorbreken of die zelf al vaak als gast hebben gecouchsurft en die dan op hun beurt hetzelfde willen terugdoen. We bekeken van dag tot dag wie ons contacteerde via de app en kozen aan de hand daarvan onze volgende bestemming. Uiteindelijk verbleven we op drie verschillende plaatsen: in Nürnberg, Saalfeld an der Saale en Hannover. We bleven gemiddeld 3 nachten op dezelfde plek en namen van daaruit de trein om uitstapjes te doen. Dat heeft ons veel tijd en energie bespaard!
- Onze eerste host was een Duitser, Stefan. Hij was supergastvrij en kon ons alles vertellen over Duitsland (zijn thuis-, maar ook eigen favoriete vakantieland!). We sliepen op een comfortabele zetel in zijn living, met gezelschap van Sugar & Honey (Stefans katten).
- Daarna waren we welkom bij Vera: een Russische dokter die nog maar een paar jaar in Duitsland woonde. Haar gezin was zonder haar op vakantie omdat ze moest werken en dat vond ze de perfecte gelegenheid om met ons haar Engels op te frissen. Ze vertrok zelf voor een weekend naar Berlijn en vertrouwde ons haar lege appartement toe. Toen ze terugkwam, gingen we met haar op restaurant en maakten we een avondwandeling door het centrum van Saalfeld. Ondertussen vertelde ze interessante verhalen, onder andere over het leven in Rusland. Ze maakte zich bijvoorbeeld zorgen over haar familie en de constante stroom aan Russische propaganda die hen had gebrainwasht. Ze vertelde ons dat ze in Duitsland een vrijheid had ontdekt die ze nooit meer wilde afgeven.
- Tenslotte verbleven we in Hannover bij Duygu, een jonge Turkse vrouw. Haar man was op zakenreis, dus ze had graag wat gezelschap. We hadden meteen een goede klik en hebben nog tot laat in de avond gepraat over van alles en nog wat. Ook zij vertrok tijdens ons verblijf op reis en liet ons een nachtje alleen in haar appartement. Duygu en Vera namen ons dus allebei in vertrouwen, terwijl we elkaar maar net ontmoet hadden. Ontroerend om mee te maken.
De herinneringen: onbetaalbaar!
Ik kan geen favoriet moment van onze reis uitkiezen. We maakten zo veel toffe dingen mee, zowel in de steden als op het platteland. We hebben bijvoorbeeld een paar zalige wandelingen gemaakt in de Kernberge van Jena, tussen de wijnranken in Würzburg of in de Thüringer Schiefergebirge rondom Saalfeld. Ook de daguitstap naar Weimar heeft me enorm positief verrast. Het romantische stadje staat ondanks haar bescheiden oppervlakte bol van geschiedenis. Wist je dat deze plek op een bepaald moment het epicentrum van de Duitse politiek was? Een plonske doen in de Isar, in het centrum van München, was ook echt legendarisch. We konden heerlijk zonnen en ons verfrissen met zicht op de prachtige Lukaskirche: de grootste evangelische kerk van de stad.
“Tijdens een plonske in de Isar, in het centrum van München komen we heerlijk zonnen en ons verfrissen met zicht op de prachtige Lukaskirche: de grootste evangelische kerk van de stad.”
We zijn ook op veel plekken geweest waar we amper of zelfs geen andere toeristen tegenkwamen. In Saalfeld bijvoorbeeld is de toeristische dienstverlening amper uitgebouwd. De gemeente ligt dan ook in Thüringen, één van de armste Bundesländer van Duitsland. Maar dat maakt de regio zeker niet minder interessant of minder mooi om te bezoeken. Het tofste aan deze reis was dat we na een dag in de gekende pittoreske dorpjes en charmante steden, ’s avonds terugkeerden naar de doorsnee woonwijken van onze hosts. Daardoor kreeg ik een nieuw en vooral realistischer beeld van Duitsland.
De Deutsche Bahn (DB)
“Das Schöne an der Deutschen Bahn ist ja – wenn du die Bahn um 14:30 verpasst, kannst du immer noch die von 13:30 Uhr nehmen.”
De Deutsche Bahn heeft geen al te beste reputatie. De treinmaatschappij zit al een tijdje in een crisis door een grote spoorweghervorming. Dat vertaalt zich regelmatig in geschrapte treinen, vertragingen en verhoogde ticketprijzen. Over het algemeen hebben wij daar weinig van gemerkt. De vertragingen waren zeer beperkt en er werd maar één keer een trein geschrapt. Tussen München en Nürnberg kregen we plots te horen dat onze trein niet meer verder kon door technische problemen. Even paniek, want het bleek de laatste regionale trein van de dag te zijn. Gelukkig kregen we, na wat onderhandeling in mijn beste Duits met de conducteur, toestemming om die afstand voor één keer met de IC-trein te overbruggen. Eind goed, al goed! Van ons krijgt de Deutsche Bahn dus een goed rapport: we namen wel meer dan 20 keer de trein en maar 1 rit verliep niet zoals gepland.
Reisroute
Dag 1 – 2: München
Na het centrum te verkennen, is de Englisher Garten de perfecte plek voor een picknick of om gewoon even tot rust te komen. Het park bestaat uit meerdere delen verspreid over de stad. We bezochten ook het Olympiapark: een enorm stadion met aangrenzend park dat werd gebouwd ter gelegenheid van de Olympische spelen in 1972. Wie het aandurft, en absoluut geen last heeft van hoogtevrees, kan een gegidste wandeling doen op het iconische dak. Tip voor wanneer je graag een concert wilt meepikken, maar er niet voor wilt betalen: naast het stadion ligt een berg waar je gratis van de muziek kunt meegenieten. Zoek je verkoeling op een warme zomerdag? In het midden van de stad kan je verschillende stenen strandjes vinden waar je kan zwemmen in de Isar, een zijrivier van de Donau. Zalig!
Dag 3: Nürnberg
De meesten kennen Nürnberg enkel door de strafprocessen na WOII, maar de stad heeft zo veel meer interessante geschiedenis om te ontdekken. Er staat bijvoorbeeld een hooggelegen kasteel uit de 11e eeuw, die Nürnberger Burg, van waaruit je een prachtig zicht hebt over de stad. Het is ook een echte kunststad: de bekende schilder & graveur Albrecht Dürer werd er geboren en over de hele stad vind je verwijzingen naar zijn werk en leven. Het Middeleeuwse stadcentrum werd voor een groot deel verwoest tijdens de oorlog, maar is met zorg volledig herbouwd waardoor de authenticiteit bewaard is gebleven.
Dag 4: Rothenburg ob der Tauber & Würzburg
Rothenburg ob der Tauber behoort elk jaar tot de meest bezochte plaatsen van Duitsland. In de zomer wordt het dagelijks overspoeld door een horde toeristen. Daarom is het aan te raden om er zo vroeg mogelijk op de dag naartoe te gaan. Zo geniet je op je gemak van de gezellige straatjes en kan je de indrukwekkende stadsmuur afwandelen zonder tegenliggers. De populariteit van het stadje is wel terecht, maar persoonlijk vond ik Würzburg een pak interessanter. Beide steden zijn trouwens perfect te combineren voor een daguitstap, want ze liggen met de trein maar op een uur afstand van elkaar verwijderd.
Op wandelafstand van het station ligt Residenz Würzburg: een enorm paleis met een prachtige tuin. Via het Ringpark, de oude brug en na een korte beklimming kom je aan bij mijn favoriete plek in de stad: Festung Marienberg. Het fort ligt op zo’n 100 meter hoogte tussen de wijngaarden. Via de Panoramaweg kun je een prachtige wandeling maken met uitzicht op de stad en de Main-rivier.
Dag 5 – 7: Saalfeld, Weimar & Jena
Verwacht van Saalfeld zeker geen bruisende stad. Het is wel een perfecte bestemming als je goedkoop de rust wilt opzoeken. Het heeft één toeristische trekpleister: de Saalfelder Feengrotten. Je kan er ook mooie wandelingen maken in de bossen en heuvels rondom. Vanuit Saalfeld kom je met de trein heel snel in Weimar en Jena.
Weimar heeft een klein en rustig stadscentrum, maar heeft een enorm uitgebreide geschiedenis. Er zijn dan ook tal van musea te vinden op een boogscheut van elkaar. Vooral het Bauhaus-museum en het Goethes Geburtshaus zijn echte aanraders! Jena op zich is voornamelijk een studentenstad en niet bijzonder interessant om te bezoeken. Maar rond de stad liggen de Kernberge, een prachtig wandelgebied dat bestaat uit een keten van kalkbergen.
Dag 8 – 10: Hannover
Het centrum van Hannover was niet zo speciaal, maar het impressionante ‘nieuwe’ stadhuis is zeker de moeite. Het Steinhuder Meer is ook een aanrader voor iedereen die van watersport houdt! Wie liever droog blijft, kan het meer volledig rond wandelen of fietsen (30 km). Hannover is bovendien heel praktisch gelegen. Van daaruit geraak je op minder dan een dag via Düsseldorf en Keulen vlot terug thuis in België!


Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Boost je bergkracht
“Bergkracht? Dat is leren stijgen zonder puffen, en dalen zonder pijntjes of angst. Ik leer mijn cursisten om te navigeren in ongerepte gebieden en bezorg hen de nodige informatie over het meest geschikte materiaal. In het hooggebergte ben je bovendien ook best op de hoogte van mogelijke gevaren en hoe je kan omgaan met noodsituaties. Het doorgeven van die passie en de dankbaarheid van mijn deelnemers geven me nog elke keer massa’s energie. Daarom organiseer ik na 30 jaar nog steeds met volle overtuiging workshops, cursussen en activiteiten.“
Tekst & Foto’s: Geert Van Speybroek

Als berggids, instructeur en auteur van “Hoe word ik bergwandelaar”, zet ik graag mijn kennis en ervaring in om mensen te inspireren en ze te begeleiden om grote heuvels & ferme bergen te ontdekken. Want wie houdt van uitgestrekte natuur, wandelt vroeg of laat over de paden van die ongerepte gebieden. Zo ontdek je unieke plekjes in de Ardennen, Schotland, de Vogezen en de vele gebergtes in Europa en elders in de wereld.
Wist je dat Geert soms ook workshops geeft bij Karavaan?
- In 2021 boost je je bergkracht tijdens Pack Perfect (11/2), een workshop rugzakologie!
- Meer interessante workshops? Check www.bergwandelschool.be
5 cruciale tips om veilig naar de bergen te gaan
1. Versterk je spieren én je stapzekerheid
Uithouding, kracht en stapzekerheid zijn 3 belangrijke vereisten voor de bergwandelaar. Een beetje een fatsoenlijke uithouding maakt het wandelen prettiger, zeker boven 2500 meter, waar minder zuurstof is. Maar nog belangrijker is kracht, want die ondersteunt je mobiliteit en stabiliteit tijdens stijgen en dalen. En tenslotte groeit door ervaring en opleiding ook je stapzekerheid op alpiene paden: dit zijn aangepaste technieken om zelfzeker te wandelen op diverse ondergronden. Denk aan paden over blokkenvelden, door steengruis, op rotsen, in sneeuwvelden, enz. Kracht is een belangrijk onderdeel van je staptechnieken, daarom werk je dus best al een 2-tal maanden voor je vertrek aan je core-kracht, je bovenbeen-, knie- & heupspieren. Tip: Je kan op het internet aardig wat oefeningen vinden voor de bergwandelaar.
2. Verwacht het onverwachte
In de bergen kan het weer snel omslaan en ook in de zomer kom je wel eens plots in een winterse bui. Mijn tip: laad je rugzak alsof je onverwacht een nacht op de berg zou moeten doorbrengen. Zo denk je altijd aan een muts, winddichte handschoenen, heel wat extra laagjes en winddichte kledij. Maar neem ook niet teveel mee, want elke gram telt! Een goede richtlijn is: op het meest koude moment van je tocht mag er geen kledij meer in je rugzak zitten.
3. Je voeten zijn heilig
Je schoenen zijn een buffer tussen het vaak oneffen terrein en je voeten. Een goede schoen komt ook je tredzekerheid ten goede. Bovendien zijn je voeten heilig, want met beschadigde voeten kan je tocht eindigen. Daarom is een redelijk stijve bottine de enige goede oplossing. In de winkel is dat een B/C of C schoen. En oh ja: in die stijve schoenen draag je altijd dikke wandelsokken, ook in de zomer.
4. Check yourself before you …
Een groepje in de bergen is volledig afhankelijk van de zwakste schakel. Leg de lat dus niet te hoog en doe eerst de nodige ervaring op. Kan je ook goed stijgen en dalen met een geladen rugzak? Hoe zelfzeker ben je in pittige afdalingen? Wandel je ook vlot over rotsen en blokkenvelden? Informeer je goed over de moeilijkheidsgraad van je tocht. Tijdens een workshop staptechnieken krijg je de nodige technieken die een groot verschil kunnen maken.
5. Kennis = power
In de bergen vertoef je meestal in afgelegen gebieden met onvoorspelbare omstandigheden. Wil je zelfstandig tochten ondernemen, dan is kennis van weer, moeilijkheidsgraden, alpiene gevaren, noodsituaties, EHBO, navigatie, planning en voorbereiding essentieel. Zolang je daar niet klaar voor bent, neem je best deel aan begeleide bergtochten. Zo kan je de nodige ervaring opdoen.
📖💡 Tip: je kan heel wat kennis opdoen via “Hoe word ik bergwandelaar”, het boek (en de bestseller!) dat ik samen met een andere berggids schreef. Het staat vol met tips, foto’s en kennis voor de bergwandelaar. Bestel je graag een exemplaar? Dat kan bijna overal online.

Wat neem je zeker mee op huttentocht?
- Een rugzak van ongeveer 40 à 45L die stevig en stabiel op je lichaam bevestigd kan worden
- Een kwalitatieve regenjas en regenbroek: zeer waterdicht en goed ademend
- Stevige stapschoenen (minstens een stevige B, nog beter een C)
- 3 paar goede en dikke wandelsokken (ik kies merinowol)
- Compacte, lichtgewicht kledij in meerdere lagen
- Een dunne, winddichte body of vest
- Kleine persoonlijke EHBO-uitrusting (met zeker sporttape, blaarpleisters en een goede pijnstiller)
- Een lakenzak, oordopjes en zaklampje
- Bescherming tegen de zon: huid, lippen, hoofd en ogen
- Bescherming tegen onverwachte koude: winddichte handschoenen, muts, Buff, bivakmuts
- Drank en voldoende tussendoortjes



Meer over mij: wist je dat ik …
- … Joker-reisbegeleider ben geweest? Vooral voor Expedities in Noorwegen, Corsica, Canada en Nepal.
- … in 2003 heb deelgenomen aan Expeditie Robinson? Toen nog een unieke ervaring!
- … mezelf gespecialiseerd heb in wandel-
ergonomie & energiezuinig bergwandelen? - … altijd een kleine paraplu, 5 dobbelstenen en een zitmatje in mijn rugzak heb zitten?
- … megafan ben van Merinowol? Natuurlijk én geurwerend!
- … het liefst huttentochten op de Frans–Italiaanse grens van Chamonix tot Nice onderneem?
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2024. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Destination Bhutan als ultieme reist(r)ip
Wanneer mensen mij vragen ‘Hoe was het in Bhutan?’, begin ik met ‘Goed!’. Daarna durf ik al eens te zeggen ‘Heerlijk om eens te mogen volgen, in plaats van altijd als reisbegeleider Joker-groepsreizen op sleeptouw te nemen’. Maar als ik daarna merk dat er nog meer wil om te luisteren is, dan is het hek van de dam. En aangezien ik jullie stilte op dit moment graag zo opvat, here I go!
Tekst: Siel Lammertyn / Foto’s: Siel Lammertyn, Tim Van Den Brande


De WOW-factor van Bhutan begint al in het vliegtuig. Als je vliegt vanuit Delhi of Kathmandu, dan word je een hele vlucht lang getrakteerd op de mooiste zichten. De piloot ontpopt zich tot reisbegeleider: ‘Ladies and gentlemen, on your left you can see the Mount Everest, the highest mountain in the world … And now you see the 3rd highest mountain … And now you see the 5th tallest mountain…’. Naar beneden turend richting de bergen van Nepal zie ik de vele huizen in de valleien. Maar dat stopt vanaf dat je het Bhutanees luchtruim binnenvliegt. Hier is niks anders dan bergen en bomen. Tot je opeens wel erg dicht bij de grond begint te vliegen, zo dicht dat je bijna de individuele rijstkorrels op de rijstvelden kan zien groeien. Tussen de bergen slalomt het vliegtuig tot, letterlijk achter het (berg)hoekje, de kortste landingsbaan ooit komt piepen. Wat een landing! Alle passagiers zijn al overweldigd door Bhutan, nog voor we goed en wel aangekomen zijn.
“Van de goulden rijstvelden & de wondermooie tempels tot hoge passen & diepe valleien , ze doen me met open mond staren”
De Bhutanese identiteit boven alles
Ondanks dat Bhutan actief toeristen probeert te lokken, blijft het een dure bestemming. Ik was er dan ook slechts 8 nachten. Voor een land met de grootte van België zou dat moeten lukken. Maar strijk al die Bhutanese bergen plat en je hebt een land ter grootte van India. Schaamteloos beperk ik me dus tot de toeristische route, waar ik warempel één van de jongere reizigers blijk. Hierdoor zijn de wandelroutes, van kortere tot meerdaagse, niet druk. Alleen de monniken of nonnen wandelen me steevast met vaste tred voorbij. Want ja, aan het einde van elke wandelroute ligt wel één of andere tempel die je enkel te voet kan bereiken. De gebedsmolens, gezangen, gebeden en uitzichten zorgen voor een serene sfeer. Maar wist je ook dat alle gebouwen (particulier én openbaar) moeten opgetrokken worden in de typische Bhutanese architectuur? Prachtig!
En dat brengt me naadloos bij nog zo’n Bhutanese eigenaardigheid: hun focus op het behoud van de Bhutanese identiteit. Buitenlanders zijn er enkel welkom om tijdelijk te werken of toerist te spelen. Migreren naar Bhutan, dat gaat niet.
Aan het werk? Dan moet je traditionele Bhutanese kledij dragen. Overal, van de straat tot de mensen hun living, zie je portretten van de koning – die van nu, van het verleden én de toekomst. De troonopvolger is namelijk de peuterzoon van de koning, wiens portret ook overal te vinden is. De Bhutanen hebben een enorm vertrouwen in hun koning. Zo groot dat de eerste verkiezing voor een parlement slechts in 2008 plaatsnam en dat de modale Bhutanees nog steeds het nut er niet van inziet, want waarom hebben ze meer nodig dan hun koning? Natuurlijk zijn de parlementsleden ook zo doordrongen van dat feit, dat zij niets zouden beslissen dat de koning zou schofferen. Als er dus beslist wordt dat alle huizen een groen dak moeten hebben, want dat is beter voor het landschap, dan doet iedereen dat zonder morren.

Flaming Thunderbolt of Wisdom
Het land ligt gesandwicht tussen India en Tibet, en die invloeden kan je goed voelen. Desondanks kan je Bhutan niet verwarren met die twee landen. Van hun grondwet (‘Het hele land moet voor minimum 60% uit beschermde natuur bestaan’) tot hun eten (’t Is precies Tibetaans, maar ongelofelijk pikant), ze doen er hun eigen ding mee.
Het land is ook Boeddhistisch, maar doet ook dat op z’n eigen manier. Zo zie je te pas en te onpas fallus-symbolen. Dat komt door één monnik; The Divine Madman. Als yogi was hij tegen het Boeddhistische establishment, hij deed graag zijn eigen ding. Zo zwierf hij rond, vertelde hij aangebrande moppen, verleidde vrouwen en dronk bier. Vele verhalen gaan de ronde over deze yogi: zo plaste hij op de het hoofd van een monnik, waarna er een heilig mantra op het hoofd van deze monnik verscheen. Maar waarom dan de fallus? Voor demonen trok hij steevast zijn broek uit. Bij het aanzien van zijn Flaming Thunderbolt of Wisdom – en die naam verzin ik niet! – konden die demonen niet anders dan bezwijken. Een krachtig wapen dus, die fallus. Bon, ik denk er het mijne van. Aan deze yogi hebben de Bhutanezen ook hun nationale dier te danken, die hij maakte van een kruising tussen een geit en een koe. In een land waar tijgers, rode panda’s en sneeuwluipaarden rondlopen, kan enkel een Divine Madman zorgen dat zo’n dier nationaal wordt vereerd!

Unieke bestemming om met open mond naar te staren
Maar Bhutan is vooral prachtig. Van de gouden rijstvelden tot de hoge passen, van de wondermooie tempels tot de eeuwige bossen. De frisse berglucht, diepe valleien en dorpen doen me met open mond staren – of is dat de ijlheid door de hoogte? Gooi daar nog één van hun typische Boeddhistische festivals bovenop – en dat zijn er veel, dus het is niet moeilijk om er minstens eentje te bezoeken – en je hebt een unieke bestemming die iedere ziel kan beroeren!
Heb jij zin om de sprong te wagen en Bhutan als reisbestemming op jouw bucketlist te zetten? Denk dan zeker aan deze stappen tijdens je voorbereiding:
- Welk type reis wil je doen? Meerdaagse trekkings, cultuur of een combinatie? Weet wel dat trekkings vaak extra permits vragen!
- Hoe geraak je er? Ga je overland vanuit Darjeeling (India) of vlieg je met één van Bhutanese vliegmaatschappijen (Drukair of Bhutan Airlines)?
- Wanneer wil je gaan? Het meest toeristische seizoen is oktober. In de winter of het regenseizoen kan je in 2025 ook goedkoper vliegen met Drukair.
- Een lokale gids is verplicht in Bhutan, vind dus de juiste partner. Onze Joker-groepsreizen werken samen met Nim van Lotus Arising. Een aanrader!
- Denk na over jouw budget! Per dag moet er een SDF (Sustainable Development Fee) worden betaald. Deze gaat integraal naar onderwijs, zorg … Tot begin 2027 is dit tijdelijk verlaagd naar 100$ per dag.
- Een tip om jouw budget ietwat te verlagen: verblijf zo vaak mogelijk in farmstays. Hierbij verblijf je bij gezinnen die enkele kamers vrij hebben, maar die wel gekeurd zijn door de overheid. Verwacht je aan home cooked meals met lokale ingrediënten, een warme stoof in de living en gedeeld (maar wel erg proper) sanitair.
- En tenslotte, een tip voor tijdens het aftellen: check #destinationbhutan of #visitbhutan op Instagram! De toeristische dienst van het land zorgt quasi dagelijks voor prachtig beeldmateriaal op @tourismbhutan.
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Overwinteren in de Alpen
Ik was een jaar of 10 toen ik voor het eerst op de latten stond, met de schoolbus vol tieners richting de Oostenrijkse bergen. Ik vond het leuk, maar toch wat frisjes. Ik verstond de leraren niet en die transparante soep vond ik maar niets. Enkele jaren later stond ik in Frankrijk met mijn familie op een snowboard. Ik herinner me vooral dat ik in België net was gevallen met de fiets en dat mijn gezicht niet om aan te zien was. De smaak had ik dus niet direct te pakken. Toch stond ik afgelopen winter elke dag op mijn plank. Hoe is het zover kunnen komen?
Tekst & foto’s: Cleo De Wolf


Sinds een jaar of 3 heb ik de snowboardkriebel echt te pakken. Na een relatiebreuk nam ik toen een jaar loopbaanonderbreking. Mijn droom was een solo-reis naar het exotische India. De covid-maatregelen lieten het helaas nog niet toe. Na een plukseizoen (denk aan amandelen, druiven, vijgen) in het zuiden van Europa, bleef ik langdurig positief testen en kon ik niet reizen buiten de Europese grenzen. Oké, laten we dan de bergen intrekken deze winter, naar het Franse Les Sybelles. Eén week werden twee weken. Wat een vrijheid voelde ik! En daarna tóch naar de bakermat van het boeddhisme. Alleen … er was een zaadje geplant.
De volgende winter zocht ik een manier om enkele weken, betaalbaar, in de bergen te vertoeven. Met Kriski was ik twee schoolvakanties animatrice voor de kleinsten. In het Oostenrijkse Ischgl en het Italiaanse Folgarida werd ik gedoopt tot kerstman, maakten we een heuse iglo en schminkte ik erop los. De helft van de dag kon ik vrij de berg aftjezen. In de paasvakantie deed ik mijn opleiding tot snowboardinitiator in het Italiaanse Livigno.
Een héél winterseizoen?
Toen rees het idee, de natte droom van elke wintersportfanaat: een ganse winter in de bergen. Een van de beste beslissingen van mijn leven. Ik solliciteerde voor Sunweb als reisleider ter plekke. Na mijn eerste reizen als Karavaan-reisbegeleider naar Ecuador en Mexico, was ik kort erna terug op pad. Deze keer voor 5 maanden naar de prachtige Alpen, in het skioord La Plagne! Niet de schattige familietjes begeleiden, maar de studenten ontvangen en entertainen van het goeie ouwe Skikot (nu omgedoopt tot Totally Snow). Vergis je niet, de jobtitel is misschien bijna hetzelfde (reis-leider bij Sunweb en reis-begeleider bij Karavaan), maar de jobinhoud was toch meer dan lichtjes verschillend.

Crawls & cantussen
Mijn collega’s en ik organiseerden pubcrawls en cantussen voor de studentengroepen. We reserveerden een restaurantplekje voor pakweg 100 studenten, zorgden dat de studentenverenigingen biervaten konden aankopen in de Yeti-tent, konden rodelen, skilessen volgen, en vooral veel feesten … Ik verlegde (niet zonder schaamte) mijn grenzen door shotjes te gieten in de mond van mensen die tien jaar jonger waren.
De meest intense dagen als Sunweb-reisleider waren de aankomstdagen. Je wordt wakker gebeld rond 6u30 door een sappig Nederlands accentje: “Ja, we zijn aan de klim begonnen, we zijn er binnen een half uurtje”. Kleren aan, koffie binnengieten, merch niet vergeten: onze vlag in de sneeuw planten, bagageruimte openen, ski-verhuur waarschuwen, en naar beneden rushen. Terwijl je vol adrenaline op de eerste (van soms tientallen) bussen staat te wachten in het halfdonker, en je bus-speech aan het oefenen bent, zorg je ervoor dat je handen er niet afvriezen.
Daarna kan de molen beginnen: chauffeurs verwelkomen, speechen, bagage afzetten, skikleerwissel faciliteren, waarborg ontvangen, skipas overhandigen, betalingen uitvoeren, Totally Snow-bandjes afgeven, skiverhuur faciliteren en zien dat je niet omver valt van de honger. Even uitblazen boven op je appartementje en even later kan de molen verder draaien: bagageruimte openen, inchecken, sleutels overhandigen, vertrekkende studenten helpen met teruggave waarborg, bussen opwachten, studenten uitzwaaien … Tijdens de weekends hadden we dus de langste werkdagen, met nog 2 à 3-tal aankomstdagen van kleinere groepen tijdens de week.
Collega’s, roommates en vrienden
Op papier hadden we een conventionele 35-uren-week. In de realiteit werk je wanneer er werk is. Soms is dat meer, en soms is dat minder. Er is ook een administratieve kant aan de job als reisleider. Ik werd vaak vroeg wakker en deed enkele uren administratie. Op de skiliften vroren mijn handen er vaak af terwijl ik mails en WhatsApp’jes van groepen en partners beantwoordde. Het was wel eens pittig en hard werken, maar er overviel me telkens een gelukzalig gevoel wanneer ik buitenkwam in de sneeuw en de bergen introk.
Anders dan bij Karavaan heb je collega’s ter plekke. We waren een ploegje van zes Sunwebbers – 3 jonge twintigers en 3 dertigers, met twee leidinggevenden (letterlijk) boven ons. Allen woonden we in hetzelfde grote gebouw. Mijn dichtste collega was tevens mijn huisgenote en werd een vriendin. Je werkt met elkaar, maar tegelijk leef je bij elkaar, en gaat ’s avonds een glas drinken en dansen. Je trekt elkaar door het slop als het even niet meer gaat en bent elkaars back-up op het werk.

Free spirits in de bergen
La Plagne zelf is een mengelmoes van 8 mooie dorpjes in de Tarentaise-vallei in het departement Savoie. Bekend van alle smeuïge gerechten zoals fondue, tartiflette en raclette. Samen met Les Arcs vormt La Plagne het skioord Paradiski. Het is één van de grootste skigebieden in de Franse Alpen. Ik woonde in Bellecôte, gelegen op 1900m hoogte. Ondanks de naam (genoemd naar een mooie bergtop natuurlijk) is Bellecôte eigenlijk het lelijkste dorp van La Plagne. Het appartementsgebouw van de jaren 70 zou al jaren een opknapbeurt krijgen. Zoals in ieder zelf-gerespecteerd ouder skioord heb je beneden een galerij, met álles: een skiverhuur, een supermarkt, bakker, boetiekjes, restaurant, ontbijtcafé, kapper, wasserij, hotelreceptie, en zelfs 2 clubs en een tatoeëerder.
Bellecôte, en bij uitbreiding heel La Plagne, functioneert als een typisch dorp tijdens een winterseizoen. Door de vele partners die we hadden met onze job, kenden we bijna iedereen. Saisonniers vind je overal: skileraren, receptionisten, barmensen, koks, medewerkers van de skiverhuur of wellness, chauffeurs, onthaal en redders van het zwembad, verkopers van de sportwinkels … In hun vrije tijd mengen ze zich niet te veel met de ‘tijdelijke’ toeristen en trekken eerder met elkaar op. Er is een leuke ‘live free ’-vibe, het zijn fijne zoekende mensen die niet het conventionele leven leiden. Sommige onder hen leefden een heel seizoen in hun omgebouwde van. Wat een verademing!
6 tips voor wie ook een skiseizoen wil doen en niet weet waar te beginnen:
1. Frankrijk, Italie, Oostenrijk, Zwitserland, Andorra. Of toch liever Canada, of Japan? De bestemmingen zijn oneindig, dus maak hier eerst een keuze in. Let wel, meertalig zijn is overal een dikke plus.
2. Denk na wat je graag doet van werk Werk je graag dagelijks met mensen, of liever vanop een afstand? Er bestaan ook meer administratieve jobs, maar dat aanbod is eerder beperkt.
3. Old school, but it does the job: Facebook. Denk na waar je graag op winterseizoen wil gaan en maak je lid van de bijhorende facebookgroep voor seizoenswerkers. Er wordt veel gepost, ook qua vacatures.
4. Zorg ervoor dat je logement en je skipas in je contract zit. Het is moeilijk (en pokkeduur) om zelf een slaapplaats te vinden in skidorpen.
5. Begin te solliciteren vanaf augustus Tegen oktober zou je zeker moeten zijn van een job, zodat je eind november / begin december kan starten.
6. Wil je geen volledig seizoen naar de bergen? Er bestaan ook Belgische sneeuwsport-reisorganisaties die je meenemen tijdens de schoolvakanties als reisleider, animatrice of skileraar.
Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2025. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
Australië van Apple Pie tot Zon
Bijna een jaar geleden vertrok ik naar Australië met mijn H2O-jeugdherinneringen (je weet wel, die serie over zeemeerminnen) en een ‘nu of nooit’-gevoel. Ik zat vast en ik had nood aan verandering. In mijn hoofd bleef ik maar denken aan een quote van Thomas Lélu: “Watch more sunsets than Netflix.” Dus zonder een gedetailleerd plan, maar met veel goesting, stapte ik op het vliegtuig.
Tekst & foto’s: Lotte Doom


Na zes maanden vol avontuur, nieuwe ervaringen, heel wat deksels op mijn neus en vriendschappen voor het leven, landde ik terug in België. Sindsdien is de meest gestelde vraag: “Hoe was Australië?”. Simpel, toch? Maar probeer maar eens een half jaar samen te vatten zonder dat de ander halverwege afhaakt en al spijt heeft dat hij het überhaupt vroeg. Dus ja, ik heb een trucje bedacht! Een alfabet van mijn tijd down under met al mijn favoriete plekken, onverwachte ontdekkingen en momenten die ik nooit zal vergeten.
A van Apple Pie: Australië staat niet echt bekend om zijn goeie pistolets en koffiekoeken, maar de apple pie? Die is echt next level, net zoals het zuurdesembrood. En ja, ik ben in de Vegemite-val getrapt, maar de Meat Pie met ketchup kan er nog wel mee door. Oh, en vergeet de zeewiersnacks, Cheerios en Tasty Cheese niet! Ik weet dat mijn snackkeuzes raar zijn, maar geloof me, ze zijn verrassend lekker.
B van Bloody Rippah: Australisch Engels? Het lijkt wel een andere taal. “Yah Bloody Rippah!” is trouwens een compliment, geen scheldwoord. En als ze zeggen “this arvo”, bedoelen ze deze namiddag en niet vanavond – dus kom op tijd! Of niet, en maak dezelfde fout als ik.
C van Camping Life: Koop een swag (nee, niet “swag”, maar een soort slaapzak) en trek de bush in. Zandvliegen ontwijken en je schoenen verstoppen voor de dingo’s leer je in no time. Want geloof mij: dat van die dingo’s die overal mee gaan lopen, is echt waar!
D van Drop Bears: ‘Gevaarlijke’ koala’s die uit bomen vallen en je opeten? Fake news. Maar als je echte koala’s wilt zien, ga dan naar Magnetic Island en doe de Forts Walk. Pro tip: let op de pijlen die andere wandelaars in het zand tekenen om ze te spotten.
E van Everything is altijd Okay: De vraag “How are you?” is een dagelijks ritueel, maar als je zegt hoe het echt met je gaat, dan wordt het plots erg ongemakkelijk. Dus doet iedereen maar alsof alles geweldig is. Vrouw op sterven? Schoonouders blijven al maanden logeren? Slechts 4 uur slaap per nacht? Maakt allemaal niet uit, want: “I’m GREAT, mate! Living the dream!”
F van ‘He died with a Felafel in his hand’: Voor Kerstmis kreeg ik het boek ‘He died with a felafel in his hand’. Een autobiografische roman van Australische schrijver John Birmingham over zijn ervaringen als co-houser. En ik kan het bevestigen: sharehouses in Sydney zijn een ervaring apart (of liever: de sharehouse-roomies). Vraag maar aan mijn vriend Gianluigi die een gat in de muur maakte om uit de badkamer te ontsnappen in plaats van gewoon het slot om te draaien.
G van Greyhound: Nee, niet die coole hond, maar die bus waarin je soms 28 uur kunt zitten naast de meest unieke figuren en dat allemaal voor de ervaring (lees: om geld te besparen).
H van Huidhonger: Soloreizen is een kunst op zich. Je leert dat niet elk gesprek diepzinnig hoeft te zijn en soms zijn het juist die luchtige babbels die je nodig hebt om je niet te eenzaam te voelen. Maar te veel oppervlakkige gesprekken kunnen al snel vermoeiend worden. De juiste balans vinden? Daar werk ik zelf nog aan.
I van Indigenous People: Australiërs zijn meer dan alleen surfers met mullets en mensen die op blote voeten naar de supermarkt gaan. De echte Aboriginal-cultuur vind je vooral in de outback en in het noorden.

J van Jandals: Of zoals wij ze kennen: teenslippers. Letterlijk iedereen draagt ze, overal en altijd. Het is gewoon een ding! En dan heb ik het nog niet over de Birkenstocks gehad.
K van kangoeroes, krokodillen en kakkerlakken: Weet wat te doen als er plots een kangoeroe voor je neus staat, want ze duiken overal op – vaak op de meest onverwachte momenten. Krokodillen? Die moet je gewoon vermijden, want als je er één ziet, is het al te laat. En kakkerlakken? Die brengen je graag een bezoekje ’s nachts, dus be prepared.
L van White TaiL Spiders: Note to self – zet niet zomaar elke spin buiten die er niet zo groot en eng uitziet. Een kleine witte staart kan je al snel grote problemen bezorgen. Zoek dus misschien eerst op wat voor spin het is – altijd handig!
M van Mulgas Adventures: Ik kreeg de tip van een andere backpacker om vier dagen op avontuur te gaan in de outback met Mulgas Adventures. Het werden de vier beste dagen van mijn hele reis in Australië en zelfs alle ingeslikte zandvliegen konden de ervaring niet verpesten. Neem deze gouden tip van mij aan en ga er gewoon voor!
N van No Worries: In Australië is het oké om luidop te zeggen dat je niet naar het nieuws kijkt of je werkschema aanpast aan wanneer de golven het best zijn. Soms voelt het leven er over het algemeen gewoon een beetje lichter.
O van Once in a lifetime (letterlijk): Het vuurwerk in Sydney op Nieuwjaar? Prachtig, het mooiste dat ik ooit heb gezien! Een echte once in a lifetime! Maar 16 uur wachten in de regen voor een goeie plek zodat je ’s avonds goed zicht hebt, was dat ook. Het zal dus waarschijnlijk bij die ene keer blijven.
P van Port Elliot: Ik maakte een onverwachte stop in Port Elliot (dichtbij Adelaide) waar ik fantastische mensen leerde kennen, de zotste uitzichten tegenkwam en het thuisgevoel vond dat ik de voorafgaande maanden een beetje had gemist. Als je er dan toch bent, vergeet zeker niet de zonsondergang te checken bij de Bluff.
Q van Quokka’s: Op Rottnest Island maken toeristen selfies met de schattige quokka’s, maar het echte geheim? Zwemmen met zeeleeuwen iets verderop. Magisch!
R van Rips: Weet wat een rip is voor je de zee induikt en thank me later.
S van Sunset of Sunrise: Voor de beste zonsopgang? Ga naar de Lighthouse in Byron Bay. Voor een epische zonsondergang moet je bij de Pinnacles dichtbij Perth zijn. Belangrijk detail: zorg ervoor dat er niet te veel wolken zijn en dat er geen regen is voorspeld. Anders ben je zo vroeg opgestaan voor niets!

T van gratis Toiletten: In de steden vind je op elke hoek wel een gratis toilet. Heel handig voor mensen zoals ik die altijd nét te veel water drinken. En alsof dat nog niet genoeg is, hebben ze ook overal bubblers om je fles bij te vullen. Al smaakt het ene bubbelke toch net iets frisser dan het andere!
U van Al die Uren en Tijdzones: Altijd handig om even te checken in welke tijdzone je vrienden zitten voordat je afspreekt. Of doe zoals ik en kom overal op het verkeerde moment aan!
V van Vogelconcert: Of je het nu wilt of niet: je wordt elke ochtend wakker met een tropische symfonie. Van de lach van de kookaburra tot het vreemdste gekrijs van de cockatoo. En dan hebben we het nog niet gehad over de regenbooglori’s die veel te vroeg opstaan.
W van zeilen op de Whitsunday Islands: Hagelwitte stranden, helder turquoise water en de beste snorkelplekken die je je kunt voorstellen – het bestaat echt, en het is de ideale plek voor een meerdaagse zeiltocht. Het is prachtig – zelfs als je midden op zee in een tropisch onweer terecht komt en zo zeeziek bent als een gieter. Oh, en blijf voor één keer niet te lang in je nest liggen, want ’s ochtends komen de schildpadden hun eerste adem van de dag happen.
X van Extreem: Wat maakt Australië zo speciaal? Letterlijk alles is extreem: het weer, de temperatuur, de landschappen, de grootte van de dieren, de afstanden die je reist… Niet normaal!
Y van Yarning: Australiërs zijn fantastisch goed in het vertellen van anekdotes en grappige verhalen. Voor je het weet, krijg je een gratis comedyshow van iemand met de gekste levensverhalen. Lachen gegarandeerd!
Z van Pas op voor de Zon!: Als er één ding is waar je écht voor moet oppassen, dan is het de zon. Smeer je in met zonnecrème, koop die fancy hoed en denk niet dat je zonder SPF-50 veilig bent. Zelfs ik die als een paranoïde elke dag om het uur zonnecrème smeerde, kreeg er pigmentvlekken, mijn eerste rimpels en acné gratis bij.
En zo eindigt mijn alfabetische reis door Australië. Een avontuur dat mijn horizon niet alleen verbreedde, maar ook mijn grenzen verlegde (letterlijk en figuurlijk). Nu ik in België mijn liefde voor koffiekoeken en pistolets herontdek, kijk ik met een glimlach terug op alle onvergetelijke momenten. Australië heeft mij geleerd dat zelfs een Huntsman met de slechtste reputatie minder angstaanjagend is dan het lijkt, en dat het misschien niet altijd loopt zoals gepland – maar de reis die je maakt exact is wat je nodig hebt.
Als je ooit twijfelt over die verre reis, vergeet dan niet: de wereld is veel te groot om stil te blijven zitten – dus: niet blijven staan, gewoon gaan!
Dit artikel verscheen in De Karavaan van oktober 2024. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!
2 Kona Sutra’s on the road
Op een zomerse maandag in augustus spreek ik af met Jannes en Esther voor een interview over de fietsreis die ze dit jaar maakten. Ze zijn een beetje zenuwachtig omdat ze nog nooit een interview gegeven hebben, maar dat blijkt al snel volledig onterecht. Want eens ze beginnen te vertellen, vloeien de verhalen in elkaar over. Dat kan ook niet anders als je 164 dagen onderweg bent geweest en meer dan 7000 km gefietst hebt.
Tekst: Jannes Hellemans, Esther Devos & Veerle Stoffelen // Foto’s: Jannes Hellemans & Esther Devos


6 maanden met de fiets door Europa, was dat jullie eerste fietsreis (samen)?
Jannes & Esther: “Het was niet onze eerste, maar wel de eerste echt grote fietsreis. We fietsten altijd al regelmatig, en trokken er geleidelijk vaker op uit voor een fietsweekend. Eerst was dat met de koers- en de elektrische fiets en ging de bagage nog op die elektrische, daarna gingen we allebei voor een sportief model met lichtere bagage. Een heel leuke formule! En zo begonnen we dus te dromen van een lange fietsreis. Van Noord- naar Zuid-Amerika? Of naar China misschien? Uiteindelijk kozen we voor onze eerste lange reis voor Europa, want we wilden reizen, maar ook leven en genieten. In Europa konden we het vertrouwde combineren met avontuur en het onbekende.
Een jaar eerder maakten we in Frankrijk een ‘testreis‘: om uit te zoeken of dit wel ons ding was, hoeveel kilometer we per dag konden fietsen, wat we belangrijk vonden qua bagage … Die reis heeft ons veel geleerd dat later goed van pas kwam! Zo ontdekten we dat we graag koken. Dat werd dus meer meenemen dan een basic kooksetje waarmee je enkel water voor pasta kan opzetten. Ook beslisten we toen om te investeren in degelijke light weight stoeltjes, omdat we liever niet 6 maanden op de grond wilden zitten.”
2 Kona Sutra’s on the road, kopt jullie reis op Polarsteps. Vanwaar die naam?
Esther: “Kona Sutra verwijst naar onze fietsen. Ik had een tweedehands fiets van dat type gekocht en Jannes kocht uiteindelijk dezelfde. Dat is ook makkelijker, want de reserve-onderdelen die je meeneemt, passen op beide fietsen en als er iets mis is, kan je bij de andere fiets gaan ‘spieken’ hoe je het kan oplossen.”
“Fietsen werd een vorm van leven: fietsen, eten & slapen was alles waar we aan moesten denken. En genieten natuurlijk!”
Jannes: “We hadden reservebanden, remblokjes, spaken en schakeltjes voor de ketting mee. Zo kon ik altijd eerst zelf naar een oplossing zoeken bij pech onderweg, wat we natuurlijk een paar keer hadden. Gelukkig zijn er als het nodig is ook voldoende fietsenmakers in Europa, wat tot heel fijne ontmoetingen leidde. Zo had ik in Albanië een versleten trapas. Zelfs met extra hulp van een andere fietser, moesten we uiteindelijk toch een fietsenmaker zoeken. We kwamen terecht in een garagebox bij een supervriendelijke man die amper Engels sprak, maar werkelijk alles kon repareren. Hij was moslim en haalde er een andere vriend bij – ook een moslim. We hebben samen een hele tijd zitten discussiëren over godsdienst en hij noemde mij zijn muslim brother.”

Jullie gingen van Lissabon tot Istanbul. Hadden jullie die route op voorhand uitgewerkt?
Jannes: “Ja, ik had op voorhand onze route in grote lijnen uitgewerkt in Komoot en een hele Excel gemaakt, toen nog met het oorspronkelijke idee: van Lissabon naar Georgië. Al snel merkten we helaas dat de uitgestippelde route volgen massa’s tijd in beslag nam. De eerste dagen legden we dus amper 30 à 40 km per dag af. Het was blijkbaar geen goed idee om de instelling in Komoot op ’toerfietsen’ te zetten. Daardoor moesten we regelmatig offroad rijden, onbegaanbare paden volgen, onze fiets omhoog dragen en zelfs een rivier oversteken die door regen onverwacht hoog stond en veel stroming had. We droegen eerst onze zakken over en dan onze fietsen op de schouder, in het spoor van een behulpzame boswachter die ons in zijn boxershort is voorgegaan om te zien of de rivier niet te diep was.
Na enkele dagen zijn we onze planning op korte termijn beginnen bekijken: “Binnen drie dagen willen we in die stad aankomen.” Omdat we niet meer vast zaten aan een schema, was alles veel flexibeler en hadden we minder stress. Fietsen werd een vorm van leven: fietsen, eten en slapen was alles waar we aan moesten denken. En genieten natuurlijk! Want je hebt veel tijd om rond te kijken en kan makkelijk overal stoppen als iets je interesseert.
“Het tempo werd volledig bepaald door de wind, de hoogtemeters, de goesting, de drukte of door wat we wilden bezoeken.”
We fietsten in totaal 110 dagen, gemiddeld zo’n 60 à 70 km per dag. Het tempo werd volledig bepaald door de wind, de hoogtemeters, de goesting, de drukte op de weg of de dingen die we wilden bezoeken. Tussendoor lasten we regelmatig 1 of 2 rustdagen in. Soms moesten we ook rekening houden met de omstandigheden. Toen we begin april de Alpen overgingen, lag er ook in de lagere gebieden nog veel sneeuw. We hebben toen een extra dag gewacht om de cols over te steken.”
Esther: “Na 2 maanden hadden we nood aan een pauze, mentaal en fysiek. We hebben dan 2 weken in Frankrijk op een bioboerderij aan WWOOFing gedaan: in ruil voor werk in een duurzaam landbouwbedrijf, krijg je kost en inwoon. En begin april zijn we een weekje gaan skiën met de familie van Jannes.”
Jullie hadden een tent & kooksetje bij. Hebben jullie de hele trip gekampeerd?
Jannes: “We dachten dat het makkelijk ging zijn om onze tent op te zetten bij mensen in de tuin, maar zelfs met een mondje Spaans botsten we in Spanje op veel no’s. Daarom besloten we Warm Showers te activeren; een online community waarbij mensen hun huis openstellen voor (andere) fietsers. Je krijgt een bed om te slapen, een plek om je matje te leggen of je tent op te zetten, een warme douche, meestal ook ontbijt en soms zelfs avondeten. Tip: begin best al een paar dagen op voorhand te zoeken naar een overnachting.
Via Warm Showers kom je altijd terecht bij warme mensen die open staan om andere fietsers te leren kennen. Je wordt vaak echt in de watten gelegd en krijgt soms heel lekker eten. Toch vroeg het af en toe ook veel van ons: je stelt jezelf telkens weer voor en doet elke keer opnieuw je (zelfde) verhaal. Als we dan zo een paar avonden na elkaar in een andere taal de hele avond zaten te babbelen, hadden we nood aan een avondje in onze tent op een camping.
In Spanje mochten we ook eens logeren bij de ouders van iemand die ons volgde op Polar Steps. Het was februari en de avonden en nachten waren koud. In hun huisje konden we Nederlands praten en in de zetel zitten bij de open haard, dat gaf ons zo’n huiselijk gevoel.”

Zijn er spannende momenten geweest? Of momenten dat je naar huis wou?
Esther: “Onze reis begon al spannend. Op de luchthaven in België zagen we onze fietsen nog netjes in het vliegtuigruim verdwijnen, maar in Lissabon waren ze opeens kwijt. Omdat onze tent ook bij de fietsen zat, moesten we de eerste nacht een hotelletje boeken – meteen een onvoorziene hap uit ons budget. Zonder onze fietsen, zouden we natuurlijk niet kunnen vertrekken … Ik heb er de hele nacht niet van kunnen slapen! Toen ze na heel wat telefoontjes gelukkig toch terecht bleken te zijn, waren de dozen doornat. Waarschijnlijk hadden onze fietsen gezellig een nachtje op het tarmac gespendeerd.
In Bosnië zijn we zwaar ziek geworden: door erge buikgroep belandde ik in het ziekenhuis aan een baxter. Maar ook de omstandigheden waren er even schrikken: er was één verpleegster die een beetje Engels sprak, een norse dokter en geen telefoon om naar de verzekering te bellen. Toen we vertrokken zeiden ze dat het bezoek ‘free’ was, waarschijnlijk omdat ze niet wisten hoe ze ons de kosten moesten aanrekenen. Daarna heeft Jannes hetzelfde virus gekregen. We zijn toen op de camping gebleven, waar het heet was en de hele tijd regende.
We voelden ons mentaal en fysiek zó slecht, we konden echt meer niets doen. Omdat het geen leuke camping was, wilden we doorrijden naar een volgende, 15 km verderop. We waren helemaal verzwakt, hadden al een paar dagen zo goed als niets gegeten … Die 15 km werd de zwaarste fietstocht uit onze reis. Gelukkig werd de camping uitgebaat door een supervriendelijke man die ons in de watten legde met taart, krieken en appelsap (wat we uit beleefdheid opaten). Na nog een extra dag rust voelden we ons weer goed genoeg om verder te fietsen, maar we hebben toch nog een dikke week afgezien. We waren zo getraind en op een week waren we al onze conditie kwijt, heel gek om te ervaren.
“Bosnië is ongetwijfeld het land waar we het minst van wisten, maar dat de meeste indruk op ons heeft gemaakt.”
In de Balkan kwamen we ook veel wilde straathonden tegen, in Griekenland en Turkije bijna dagelijks. Je leest in fietsblogs regelmatig over fietsers die omsingeld worden door wilde honden of in de kuiten of hun fietstassen gebeten worden. Je vindt ook veel theorieën over wat je in dat geval moet doen: wegfietsen, je groot maken (makkelijker gezegd dan gedaan), stenen werpen … Wij vonden het de beste tactiek om te stoppen, verder te wandelen met je fiets tussen jou en de hond in, en proberen tegen de hond te praten. Al is dat natuurlijk niet zo makkelijk als je achterna gezeten wordt door 3 vettige zwarte honden op een drukke baan met camions die voorbij razen zodat je niet opzij kan, zoals wij meemaakten op de grens tussen Kroatië en Bosnië.”
Jullie doorkruisten heel wat bekende & minder bekende landen, maar welk land heeft jullie het meest verrast?
Esther: “Bosnië is ongetwijfeld het land waar we het minst van wisten, maar dat de meeste indruk op ons gemaakt heeft. Ik had wat tips gekregen van een collega die gevlucht is uit Bosnië. Je wordt er nog vaak geconfronteerd met het oorlogsverleden. Zo is er een app die je vertelt in welke zones je gevaar loopt voor landmijnen. Wanneer je de grens tussen Kroatië en Bosnië oversteekt, merk je meteen de verschillen: de levensstandaard daalt, je ziet veel bedelaars en mensen die slecht te been zijn. Het is er heel goedkoop en helemaal niet toeristisch. Toch hebben we ons er nooit onveilig gevoeld. Integendeel, de mensen waren er supervriendelijk en gastvrij.
Terwijl we de CIRO trail fietsten (een oude spoorlijn die met Europese subsidies is omgevormd tot een fietspad), huurden we ergens een appartement in een guesthouse. We werden uitgenodigd door de familie die de guesthouse uitbaatte, hun dochters die in Kroatië woonden waren op bezoek. Er was sterke drank en gitaarmuziek – een heel fijn moment. Al was het ook een beetje moeilijk, omdat je merkt dat de bevolking het oorlogsverleden nog meedraagt, maar er moeilijk kan over spreken. Op aanraden van mijn collega bezochten we het UNA National Park. We betaalden amper €1,50 inkom, er was geen volk en we zagen de mooiste waterval die we ooit gezien hebben. Het was indrukwekkend, de pracht van de natuur heeft ons diep ontroerd.”

Hoe verliepen de contacten onderweg?
Jannes: “In het begin konden we ons behelpen met de talen die we kenden, maar in de Balkan ontmoetten we regelmatig mensen die amper een andere taal spraken. Al hield dat de kans op fijne ontmoetingen niet tegen. Zo huurden we in Bosnië een appartementje bij een vrouw die amper Engels kon, maar ons verwende met koffie, thee en koekjes. In Turkije ontmoetten we een man die ooit prof mountainbiker was en nu een fietsenwinkel heeft. Google Translate bracht ons in beide situaties steeds ver genoeg.
Nu hebben we vooral nog contact met fietsers die we onderweg leerden kennen. In een idyllische warm shower midden in de natuur in Kroatië ontmoetten we een Frans koppel. Na een gezellige barbecue wisselden we nummers uit en gingen we elk onze eigen weg. Een paar weken laten kwamen we hen nog eens tegen, puur toeval! Na een tweede gezellige maaltijd op de camping hebben we meer contact gehouden en zagen we elkaar nog eenmaal terug: in Montenegro, op Esther haar verjaardag. Daarna hebben we contact gehouden & tips uitgewisseld. Nu volgen we hen op Polar Steps, zij fietsten nog tot eind september.”
Nu jullie weer thuis zijn, missen jullie fietsen & onderweg zijn?
Esther: “Nee, op het einde hadden we het gevoel dat het oké was. Het werd te warm; we moesten om 5 uur opstaan om te vertrekken en konden enkel nog in de voormiddag fietsen. Door de omstandigheden konden we niet meer 100% genieten en hadden we het gevoel dat het goed geweest was, ook al was het fietsen op zich niet op. Tijdens onze reis hadden we ook veel tijd om na te denken over wat we nà de reis wilden doen. Zo ontdekten we dat we nooit voor een lange periode in het buitenland zouden kunnen wonen – op het einde misten we onze vrienden en familie – en hoe hard we kunnen genieten van ‘gewone momenten’ thuis met de personen om wie we geven.”
Zouden jullie het nog eens opnieuw doen, zo’n lange fietsreis?
Jannes: “Zeker, want het was de reis van ons leven! Maar voor nu gaan we eerst op zoek naar een huisje en een job. We zijn ook nog jong en gezond en hebben de rest van ons leven om zo’n avontuur terug op te zoeken. De komende jaren maken we dus kortere fietsreizen, en dan springen we ooit zeker terug op ons zadel voor een langer avontuur!”

Praktische tips van Jannes & Esther voor wie droomt van een lange fietsreis:
- Neem een fietsverzekering tegen diefstal: “Wil je een tweedehandsfiets kopen, check dan even bij je verzekeraar, want je hebt hiervoor een aankoopfactuur nodig. Investeer ook in een goed slot, ook al zijn dat extra kilo’s in de bagage! Onze fiets & bagage was alles wat we hadden, dus lieten we die sowieso niet vaak alleen. In een grootstad liepen we met de fiets aan de hand en als we er naar de winkel gingen, wachtte één van ons soms buiten.”
- Rij in en bouw op: “Op voorhand hebben wij niet speciaal getraind; we fietsen sowieso veel en hebben een sportieve basis. Het is wel belangrijk om voor de reis al eens te testen hoe het voelt om met bagage te fietsen en om de eerste dagen & weken niet te zwaar te beginnen, maar in te rijden en op te bouwen.”
- Denk goed na over je bagage: “Investeren in goed materiaal loont, zoals bijvoorbeeld kwalitatieve, waterdichte fietstassen. Wij kochten ook een grotere 3-persoonstent zodat we comfortabel binnen konden zitten bij koude of regen. Ook met onze stoeltjes & ons kookstelletje waren we zeer tevreden. Tip: wij namen allebei een e-reader mee en hebben enorm veel gelezen, zeker in maanden dat het vroeg donker werd.”
- Free WiFi for the win: “Buiten de EU konden we geen beroep meer doen op roaming. In Bosnië kochten we een lokale SIM-kaart, in de andere landen konden we verrassend veel beroep doen op free WiFi.”
Check de volledige fietsreis van Jannes & Esther op Polarsteps.
Dit artikel verscheen in De Karavaan van oktober 2024. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!