Linte & Roos gaan op zero waste trekking

Hoe maak je zo weinig mogelijk afval tijdens jouw trektocht?

Roos en Linte, studenten van Thomas More Mechelen, gaan voor Karavaan op onderzoek.

Bekijk de afleveringen en kom te weten of ze in hun opzet geslaagd zijn!

Afl. 1: Alles begint bij een goede voorbereiding

Alf. 2: Wat nemen Roos en Linte mee?

Alf. 3: Volgende halte: Sint-Joris-Weert.

Afl. 4: Tijd om naar huis te gaan

Op de hoogte blijven van de avonturen van Roos & Linte? Volg ons op Facebook of abonneer je op ons YouTube-kanaal.

La grande ouverture: Couleur locale bij ViaVia Grand-Popo

Tijdens de herfstvakantie 11 Joker-reizigers naar Benin. Aanleiding van de reis? De officiële opening van ViaVia Grand-Popo in het zuiden van het land. Reisbegeleider Sofie Verreydt vertelt je er met zoveel warmte en enthousiasme over dat je direct de droge droge herfstdagen hier in België lijkt te vergeten, of onmiddellijk naar het nabijgelegen Joker-kantoor wil stappen om een ​​ticket naar Benin te boeken.

Tekst: Veerle Stoffelen & Sofie Verreydt // Foto’s: Sofie Verreydt

Op stap met Eco-Benin

Sofie: “We werden de hele week op sleeptouw genomen door Ignace van Eco-Bénin, een organisatie die zich al meer dan 20 jaar inzet op projecten rond biodiversiteit, klimaat, verantwoord toerisme en community-ondersteuning. De organisatie helpt lokale gemeenschappen om micro-ondernemingen op te richten die hen de mogelijkheid bieden om toeristen op een duurzame manier te ontvangen.

Zo gingen we bijvoorbeeld lunchen in een dorp waar de mensen door Eco-Bénin aangemoedigd worden om een moestuin aan te leggen. Met de groenten uit die tuin kunnen ze een lunch bereiden en zo toeristen ontvangen. We werden er ontvangen met zang en dans, kregen dus een heerlijke lunch aangeboden en leerden vervolgens matten vlechten. De lokale gemeenschap kreeg ondersteuning van Eco-Bénin om iets klaar te maken, wat ons een rustig gevoel gaf. We wisten dat de gemeenschap een eerlijke prijs kreeg en dat het geld het dorp rechtstreeks ten goede komt.

Een ander voorbeeld was de bootrace in de Bouche du Roy, het mangrovegebied in de buurt van Grand-Popo. Zes boten – elk met één persoon uit het dorp en twee Joker-reizigers – hielden een roeicompetitie. Eco-Bénin gaf elke boot een som geld, van 20 000 Francs voor de winnaar (+/- €30) tot 5 000 Francs voor de laatste drie boten (+/- €7,50). De roeiers werden aangemoedigd door de lokale gemeenschap, die zich voor deze gelegenheid extra mooi hadden opgekleed. Er was zang en dans en de lokale pers filmde het evenement. Dit initiatief illustreert opnieuw de aanpak van de organisatie: door de gemeenschap financieel te steunen stimuleert Eco-Bénin de bevolking in haar waardigheid en bieden ze bezoekers een comfortabel gevoel.”

La grande ouverture

Sofie: “De Joker-reis was gebouwd rond de “grande ouverture” van ViaVia Grand-Popo: op 1 november 2023 werd deze ViaVia in het zuiden van Benin officieel opgenomen in de grote ViaVia-familie.

ViaVia Grand-Popo heeft zijn thuis gevonden in het Centre Nonvignon, een initiatief van Eco-Bénin. In het Centre Nonvignon startte de organisatie enkele jaren geleden met een horecaopleiding voor jongeren uit armere milieus. Deze jonge studenten kunnen hun kennis in de praktijk brengen in hotels in de buurt en vanaf nu dus ook in de gastenkamers, het café en het restaurant van ViaVia Grand-Popo. Tijdens het openingsfeest kregen we meer uitleg over de werking van het centrum (de selectie van de studenten, de beurzen …) en een rondleiding in de keuken.

De opening werd één groot feest met een officieel gedeelte met speeches, voorstelling van de genodigden en een rondleiding, en een culinair gedeelte met een heerlijk etentje in buffetvorm en gebak in de vorm van het woord ‘ViaVia’. Niets zo heerlijk als genieten van al dat lekkers met zicht op het strand. En bij een feest horen natuurlijk ook geschenkjes! We kregen in primeur de gloednieuwe ViaVia-T-shirt en droegen die de dag erna ook met trots tijdens de bootrace.

Ook wij hadden een verrassing voor die avond: via een naaister die Ignace kende, lieten we een speciale outfit maken van stof die we eerder op een markt gekocht hadden. Zo konden we de opening gepast bijwonen: feestelijk opgekleed!”

Voodoo, couleur locale & slavernij

Sofie: “Naar Benin trek je vooral voor de geschiedenis, de verhalen en de couleur locale: de kleuren, de geuren, de markten. Een must see is de Route des esclaves, de wandeling die de slaven maakten van aan de slavenmarkt tot aan de Porte du non-retour in Ouidah. Heel wat inwoners van het machtige koninkrijk Dahomey werden gevangengenomen door hun eigen koningen en verkocht op de slavenmarkt. Elf jonge mannen of achttien jonge vrouwen werden met de Portugezen geruild voor één kanon, de zogenaamde traites des négresses. Door de Porte du non-retour verlieten ze voorgoed hun vaderland en vertrokken ze per boot naar de nieuwe kolonies in de Amerika’s. De wandeling en een bezoek aan de poort was een pakkende ervaring.

Een aantal mensen vluchten voor de slavenjacht en zochten bescherming op het water. Ze stichtten  Ganvie , een paaldorp op Lac Nokoué. Het dorp telt op dit moment zo’n 40.000 inwoners en wordt ook wel het ‘Venetië van West-Afrika‘ genoemd. We bezochten het dorp uiteraard per boot. Net als in Venetië gebeurt er heel wat op het water: mensen leven, wonen en werken op het meer. Zelfs de smoutebollen bakken en verkopen ze in een bootje!

Benin wordt ook vaak in één adem vernoemd met voodoo. Elk jaar op 10 januari viert het land Voodoo Dag, maar eigenlijk is voodoo er altijd en overal aanwezig: het zit in alles wat de mensen doen. Maak je ook geen zorgen, het heeft niet de negatieve bijklank die wij er vaak aan geven. Voodoo kan iets slechts zijn en kwaad aandoen, maar ook juist iets moois zijn en bescherming bieden. De divinités, de goden die aanbeden worden om bijvoorbeeld genezing of vruchtbaarheid af te dingen, zijn overal aanwezig. Als buitenstaander zie je ze niet altijd, want zo’n divinité kan een eenvoudige berg zand of een tak aan een deur zijn. Ignace wees ons er regelmatig op. Zoals in heel wat andere West-Afrikaanse landen zijn ook hier de gris-gris erg populair, de amuletten die de drager geluk brengen of beschermen tegen het kwaad.

Benin is een arm land, maar kent geen structurele honger. Het is zo groen en er groeit zoveel dat er eten genoeg is. En lekker ook! Alles is kraakvers en de enige bewerking zijn de pittige kruiden. Er is veel informele economie, overal zie je vrouwen naar de markt lopen om te verkopen wat ze thuis telen, of kraampjes langs de kant van de weg waar je snacks kan kopen. Vaak kocht Ignace voor ons een kleine typische snack, zoals bijvoorbeeld krouil krouil, een soort gebakje met pindanotenpasta.

Eén van de belangrijkste exportproducten is katoen. De haven van Cotonou is een belangrijke draaischijf voor de handel. Niet alleen van Benin zelf, maar van de ganse regio. Heel wat goederen voor Nigeria, de grote buur van Benin, komen toe via de haven van Cotonou. Door de nauwe samenwerking tussen de haven van Antwerpen-Brugge wonen er nogal wat expats in het zuiden van Benin.

Openbaar vervoer is er amper, brommertjes rijden er des te meer. Voor transport ben je aangewezen op gecharterd vervoer. Reizen kan heel comfortabel: zonder in luxe te vervallen, sliepen we overal op prachtige locaties, altijd met zwembad, vaak met palmbomen en bungalows op het strand. Met Frans kan je overal terecht. Wil je de lokale taal spreken? Leer dan een woordje Fon voor je vertrekt.

Hoewel Benin niet direct een land is dat je tegenkomt in toeristische brochures, is het een heerlijke bestemming voor wie even de zon wil opzoeken tijdens onze grijze wintermaanden. Het West-Afrikaanse land heeft een tropisch klimaat, het is er warm en vochtig. Je eet ananas of mango onder de palmbomen aan het strand of het zwembad, terwijl je collega’s in België door het raam naar de zoveelste regenachtige dag staren. Tip: reis in het najaar, want dan kom je niet het regenseizoen. Dan is alles ‘schoongeregend’ en zijn ook de muggen verdreven. Ideaal dus!”

Dit artikel verscheen in De Karavaan van januari 2024. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!

Ik ga op reis en ik neem niet mee …

1 augustus was het eindelijk zover: ik ging met 11 medereizigers op expeditie naar IJsland. 20 dagen lang verkennen we ‘het land van vuur en ijs’, voornamelijk te voet en met slechts één rugzak. Maar wat steek je nu in die ene rugzak, wetende dat we onze tent, kampeermateriaal en al onze benodigdheden moeten dragen, terwijl er meer dan 100 kilometer aan wandelingen op het programma staan?

Tekst & foto’s: Lien Castelein

Na wat onderzoek ontdek ik dat het raadzaam is om niet meer dan 20% van mijn lichaamsgewicht mee te nemen. Een snelle wiskundige berekening vertelt me dat dit in mijn geval een illusie is. Misschien moet ik snel wat extra eten om meer te mogen meenemen … Zo werkt het niet zeker? Ik begin dus maar met inpakken met het idee dat sommige schouders meer kunnen dragen dan andere.

Fase 1

De eerste fase in mijn inpakproces begint weken van tevoren, wanneer ik een plooibox in de gang zet. Daar deponeer ik alle spulletjes in die ik mogelijks nodig zou kunnen hebben en die ik, al dan niet toevallig, tegenkom in mijn huishouden. Tijdens het proces struikel ik zowaar meerdere keren over die plooibox, maar er is niets zo leuk als herinnerd worden aan mijn toekomstige reis, niet?

Fase 2

Fase twee begint enkele weken voor afreis, wanneer ik mijn hele huis doorzoek naar benodigdheden. Ik denk hierbij aan mijn tent, matje, wandelstokken … en waar heb ik die afritsbroek nu weer gelaten? Ondertussen heb ik er ook al een tweede of derde plooibox bijgenomen.

Fase 3

Een week voor vertrek begint het echte werk. Ik leg al het materiaal uit de plooiboxen op de vloer van mijn woonkamer en begin met wegen en wegleggen. Met mijn keukenweegschaal in de hand weeg ik alle opties af – pun intended!

In geval van een koude douche onderweg, is er altijd een paar in reserve mee. Twee fleece truien, twee wandelbroeken (afritsbaar), twee T-shirts, een setje thermisch ondergoed dat tevens ook dienstdoet als pyjama. Jani zou het moeten weten … Het enige waarop ik een uitzondering maak, is drie paar sokken.

En dat moet allemaal in die ene rugzak. Het vraagt wat creativiteit en slimme keuzes.

Het zware gewicht zal niet in die etiketjes zitten, maar je kan al behoorlijk wat besparen door een mini-shampoobar (7 gram), verpakkingsvrije mini-deodorant (6 gram) en tandpastatabletjes (12 gram) mee te nemen. Verder kan je ook op een handdoek heel wat gewicht besparen. Ik zweer bij een microvezelversie van 30cm op 60cm. Groter hoeft die handdoek echt niet te zijn. Maar toegegeven, handig is iets anders.

En wat als ik dan iets mis? Eigenlijk is me dat nog nooit overkomen. En als ik toch iets niet bij heb, zijn er altijd winkels en 11 behulpzame medereizigers, die me wel even uit de nood helpen.

Om af te sluiten: porties enthousiasme kan je nooit genoeg meenemen!

Dit artikel verscheen in De Karavaan oktober 2023. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan! 

Op ontdekking in de Mongoolse steppe bij ViaVia Harganat

Midden in de uitgestrekte landschappen van Mongolië, kruisen in 2010 de Belgische Katrien en de lokale Bat elkaar. Zo’n 13 jaar later openen ze er samen de prachtige ViaVia Harganat.

Midden in de uitgestrekte landschappen van Mongolië, kruisen in 2010 de paden van de Belgische reizigster Katrien en de lokale Bat elkaar. Wat begint als een toevallige ontmoeting op een bus, evolueert tot een reeks gedeelde avonturen, een groeiende familie en uiteindelijk de geboorte van ViaVia Harganat in juni 2023. Toon Teugels, Karavaan-begeleider en ViaVia-coördinator, was aanwezig op de feestelijke opening en liet zich er onderdompelen in de pracht en eenvoud van de Mongoolse steppe.

Tekst & interview: Heleen Lippens // Foto’s: Isabelle Claes, Walter Vermeersch

Uitgestrekte leegtes en ongerepte schoonheid

Toon: “Hoewel ik in eerste instantie natuurlijk door mijn betrokkenheid bij ViaVia afreisde, had Mongolië altijd al mijn nieuwsgierigheid gewekt. Wie ernaartoe trekt, moet vooral geen typische stadsbestemming verwachten. Het land is eerder geschikt voor doorgewinterde reizigers die houden van natuurervaringen. De hoofdstad Ulaanbaatar mag dan wel druk en bruisend zijn, de echte ziel van het land ligt elders: ongeveer de helft van de bevolking leidt een nomadisch bestaan op het platteland of in kleine provinciesteden. Mongolië is een van de dunst bevolkte landen ter wereld, wat resulteert in uitgestrekte leegtes en ongerepte schoonheid. De natuurbeleving, het nomadische bestaan en de onontdekte paden maken Mongolië tot de ideale bestemming voor wie op zoek is naar pure ervaringen. De schoonheid van het land zit echt in haar eindeloze landschappen en constante sereniteit.”

“De natuurbeleving, het nomadische bestaan en de onontdekte paden maken Mongolië tot de ideale bestemming voor wie op zoek is naar pure ervaringen.”

Een toevallige, unieke samenwerking

Toon: “Naast de Mongoolse busrit die zorgde voor de toevallige ontmoeting tussen Katrien en Bat, hebben we eigenlijk ook een Belgisch familiefeest te danken voor de oprichting van ViaVia Harganat. Katrien bleek namelijk een ver familielid te zijn van Bob Elsen, bezieler van Joker en de ViaVia Reiscafés. Na dat tweede toevallige contact, namen Katrien en Bat een yurtkamp in Harganat over, transformeerden het geleidelijk tot Harganat River Lodge en dat evolueerde uiteindelijk tot ViaVia Harganat. Zo pikten ze dus aan in ons grotere verhaal.”

Duurzaamheid als levensstijl

Toon: “Duurzaamheid is een onmisbaar onderdeel in de visie en werking van ViaVia Harganat. Dit begon al tijdens de bouw, waar lokale bewoners samenwerkten met internationale vrijwilligers via WWOOF, een duurzaam uitwisselingsprogramma. Bat groeide zelf op in de regio en kent de omgeving dus als zijn eigen broekzak, wat voor een vlotte samenwerking met de nomaden zorgt.

Medewerkers krijgen er sociale zekerheid en betere lonen dan veel andere plaatsen in dezelfde sector. Bovendien gaat een deel van de winst terug naar de lokale gemeenschap, door samen te werken aan projecten die de regio ten goede komen. Zoals bijvoorbeeld rivierbeschermingsprogramma, want de bescherming van de nabijgelegen rivier staat bij Katrien & Bat hoog in het vaandel. Lokale schoolkinderen krijgen zelfs les over natuurbehoud.

Verder gebruikt het yurtkamp ondergrondse tanks voor waterzuivering en maakt het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Plastic wordt zo min mogelijk gebruikt en het restaurant is heerlijk lokaal: vers vlees van de dieren die vrij op de steppe rondlopen, eieren van de kippen, yoghurt van verse melk en verse groenten & kruiden van eigen kweek.

Bovendien heeft Mongolië nog zeer weinig toerisme; hier heb je geen platgereden paden. Je bent er erg welkom en hebt als toerist een positieve impact. Toerisme brengt nu vooral welvaart voor het land.”

“’t Is echt alsof je een andere wereld binnenstapt; zonder twijfel de meest magische plek die ik ooit heb ervaren.”

Verbluffende eerste indrukken

Toon: “Mijn eerste indruk van ViaVia Harganat? Ronduit verbluffend. De locatie is adembenemend! Een prachtige combinatie van een enorme rivier die door het landschap slingert, meerdere stromen die zich verspreiden over een uitgestrekte breedte en magnifieke kliffen waarop het Reiscafé is gebouwd. In de verte pronken de Holy Mountains, en overal om je heen is de overweldigende aanwezigheid van de natuur voelbaar.

Het meest indrukwekkende zijn wellicht de wilde paarden die de kliffen afdalen om te drinken aan de rivier. Met je koffietje ’s ochtends een kudde van 100 paarden de kliffen zien afstormen, het dreunende geluid van hun hoeven, wat stofwolken erbij … een behoorlijk machtig zicht!

’t Is echt alsof je een andere wereld binnenstapt; zonder twijfel de meest magische plek die ik ooit heb ervaren.

20 yurts, 18 km puur natuur

Toon: “Stel je dus voor: 18 km omringd door niets anders dan de natuur en dan plotseling ViaVia Harganat. Een ruim houten huis, een restaurant met prachtig uitzicht en 20 verspreid gelegen yurts om in te slapen. Naast het yurtkamp vind je de sanitaire faciliteiten, al hebben sommige yurts zelfs sanitair binnenin. Comfort alom! De ruime yurts hebben verder comfortabele bedden en de nodige basisvoorzieningen, zoals verlichting en elektriciteit om je gsm op te laden. Al kan je daar ginder niet veel mee doen, want je hebt er geen internet of verbinding. Maar ach, die offline ervaring maakt het geheel alleen nog maar meer compleet.”

“De schoonheid van het land zit echt in haar eindeloze landschappen en constante sereniteit.”

Living like a local

Toon: “De activiteiten die Bat in ViaVia Harganat voorziet, zijn diep geworteld in de Mongoolse tradities. Ze vormen allemaal een integraal onderdeel van het culturele erfgoed en de gastvrijheid van de lokale, Mongoolse gemeenschappen. Met paardrijtochten, paardenraces, vliegvisserij en boogschieten ervaar je als bezoeker het echte, lokale leven.

Het mooie is dat het absoluut geen show is die opgevoerd wordt voor toeristen, maar dat het authentieke activiteiten zijn, die in al hun puurheid worden gedaan. Het indrukwekkendst was sowieso de paardenrace, waarbij kinderen soms zonder zadels en teugels hun paard bestegen en bereden. We achtervolgden hen in jeeps om zo de acht kilometer lange race bij te wonen.”

Het fundament van gastvrijheid

Toon: “Het warme onthaal en de verbondenheid met de lokale gemeenschap zijn duidelijk voelbaar in ViaVia Harganat. Ondanks de soms uitdagende taalbarrière, deden de medewerkers en bewoners hun best om bezoekers te betrekken bij hun cultuur en levensstijl. Op het openingsfeest had Bat voor ons zelfs een miniversie georganiseerd van het Nadaam-festival, het grootste evenement in Mongolië!”

Dit artikel verscheen in De Karavaan oktober 2023.

Umuganda in Rwanda: meer dan zomaar wat bomen planten

Zou jij op een zaterdag voor dag en dauw opstaan om enkele bomen te planten? Michiel deed dat in Rwanda alleszins wel! Hij deed er mee aan de Rwandese traditie van Umuganda.

Ik ben Michiel Pauwels, 23 jaar en al enige tijd fervent lezer van het magazine De Karavaan. Na mijn recente ervaringen tijdens mijn masteropleiding in sustainable development waarbij ik drie maanden in Rwanda heb doorgebracht, ben ik nu zelf in de pen gekropen. Tijdens deze periode liep ik stage bij ENABEL, de Belgische federatie voor ontwikkelingssamenwerking. Een van de activiteiten waar ik in mijn vrije tijd aan heb deelgenomen, was Umuganda, de maandelijkse verplichte gemeenschapsdienst in Rwanda. Graag neem ik jullie mee naar mijn ervaringen in “het land van de duizend heuvels”.

Tekst & foto’s: Michiel Pauwels

Mwaramuzi Michiel! Het is 7u30 op een zaterdagochtend en Vincent, mijn Rwandese stagementor bij ENABEL, begroet me enthousiast bij het instappen van de witte Land Cruiser. De anders zo drukke straten in Kigali liggen er verlaten bij. Geen claxonnerende motorrijders of luid roepende marktkramers te bespeuren in de hoofdstad van Rwanda. Vandaag is het immers Umuganda. Op de laatste zaterdag van elke maand wordt er in de voormiddag over heel het land niet gewerkt en komen mensen bijeen voor de maandelijkse, verplichte gemeenschapsdienst. Tijdens deze voormiddagen worden wijken opgeruimd en worden allerlei projecten ondernomen om de leefomstandigheden van de inwoners te verbeteren. Uit nieuwsgierigheid naar hoe Umuganda precies in elkaar zit en of het al dan niet bijdraagt aan het positieve imago dat Rwanda vandaag heeft, neem ik met een tiental collega’s van ENABEL deel aan de nationale Umuganda in Kigali.

Plant een boom, red de toekomst

Zo bevind ik me op zaterdagvoormiddag onder een brandende zon in de Kigali Economic Zone, een opkomende economische wijk die van Kigali het Singapore van Afrika beoogt te maken. Emmanuel, één van de gemeenschapsleiders en mede-coördinator van het project, begroet ons met een brede glimlach. Hij brieft ons over de activiteit van de dag: 10.000 inheemse bomen planten op een braakliggende heuvel met als doel de bodemerosie te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. Dit project is een bijzondere Umuganda, want het markeert de start van het bosplantseizoen in Rwanda dat de slogan draagt: “Plant een boom, red de toekomst”.

Met een spade en een boompje in de aanslag baan ik me een weg tussen de honderden participanten die afgezakt zijn naar de buitenwijken van Kigali om samen bomen te planten. Ik sla een babbeltje met enkele Rwandese collega’s van ENABEL en pols bij de lokale bewoners over hun ervaringen met Umuganda en de impact ervan op hun gemeenschap. Zo ontdek ik dat Umuganda niet alleen een praktische manier is om de stad schoon te maken en infrastructuurprojecten uit te voeren, maar ook een belangrijke sociale functie heeft. Door samen te werken aan gemeenschapsprojecten om de stad te verbeteren, versterkt Umuganda de cohesie en het gevoel van solidariteit onder de bewoners. Als voorbeeld vertelt Vincent dat hij samen met zijn gezin de drijvende kracht is in de bouw van een nieuwe lagere school in zijn woonwijk. De vorige school had immers schade opgelopen door een hevige stortbui, waardoor leerlingen van de omgeving tijdelijk niet naar school konden gaan.

“Umuganda versterkt de cohesie & het gevoel van solidariteit onder de bewoners. Het is een krachtig instrument om gemeenschappen samen te krijgen en burgerparticipatie te vergroten.”

Kritische stemmen

Toch rijzen er ook kritische stemmen over het nut en de intrinsieke doelen van Umuganda. Eén van de kritieken die geuit wordt, is dat Umuganda verplicht wordt gemaakt en dat niet iedereen gelijkwaardig kan deelnemen. Zo worden bijvoorbeeld mensen die werken in de formele sector soms vrijgesteld, terwijl mensen die in de informele sector werken vaak wel worden verplicht om deel te nemen. Wie niet deelneemt, riskeert een boete. Vooral de jongere bevolking heeft zijn bedenkingen bij Umuganda, zo vertelt Ennock, een 23-jarige student aan de universiteit van Kigali.
Hoewel hij toegeeft dat Umuganda zeker heeft bijgedragen aan het samenbrengen van mensen met verschillende achtergronden en de sociale cohesie tussen gemeenschappen heeft bevorderd in de periode na de genocide, merkt hij op dat de bereidheid om maandelijks deel te nemen afneemt onder zijn leeftijdsgenoten. ‘Er hangt een ouderwetse sfeer rond de activiteiten, en het zou helpen als er specifieke Umuganda’s voor jongeren zouden worden opgericht waarbij de projecten afgestemd worden op hun interesses.’ Daarnaast bestaat de indruk dat belangrijke politieke figuren Umuganda in de eerste plaats gebruiken om hun reputatie te verbeteren en hun politieke agenda’s te promoten. Dit laatste blijkt ook uit mijn eigen ervaring wanneer na afloop alle deelnemers verzamelen voor enkele politieke toespraken van de burgemeester van Kigali.

Een voorbeeld voor anderen?

Wanneer we tegen de middag terug naar Kigali rijden, realiseer ik me dat Umuganda, ondanks alle kritiek, een krachtig instrument is om gemeenschappen samen te krijgen en burgerparticipatie te vergroten. Deze Rwandese traditie kan dienen als een model voor andere steden en landen om een positieve maatschappelijke verandering te bewerkstelligen door middel van gemeenschapsopbouw. Toch blijft de vraag in mijn hoofd spoken of deze soort opgelegde gemeenschapsprojecten, hoewel goedbedoeld, effectief zijn in het bereiken van de doelen van duurzame ontwikkeling of louter verdoken propaganda zijn van lokale politici.
Hoe dan ook, ik betwijfel of ik mijn vrienden in België (en mezelf) zover krijg om op zaterdag voor dag en dauw op te staan om enkele bomen te planten.

Ontstaan van Umuganda
Umuganda betekent in de lokale taal, het Kinyarwanda, ‘het samenkomen met een gemeenschappelijk doel’ en is een belangrijk onderdeel van de Rwandese cultuur, waarvan de wortels teruggaan tot de prekoloniale tijd, toen mensen enkele dagen per week samenwerkten aan gezamenlijke projecten zoals het bouwen van huizen, wegen en bruggen.

Helaas kreeg Umuganda in de aanloop naar de genocide tegen de Tutsi’s in 1994 een duistere kant. De toen nog wekelijkse bijeenkomsten werden gebruikt om Hutu’s te mobiliseren voor de genocide en haatzaaiende taal te verspreiden over de Tutsi’s in de omgeving. Onder president Kagame werd in 2009 opnieuw volop ingezet op de organisatie van Umuganda. Deze keer met het oog op het herstel van een geslagen en verdeeld land, om zowel de oude als nieuwe breuklijnen, voortvloeiend uit de genocide, aan te pakken. Voor Rwandezen tussen de 18 en 65 jaar is deelname aan Umuganda verplicht. Toeristen en expats worden aangemoedigd om vrijblijvend deel te nemen.

Dit artikel verscheen in De Karavaan juli 2023.

Op stap met de fietsgids in Mechelen

Op een maandagnamiddag in februari spreek ik af met Kaat: leerkracht in Vilvoorde, sinds 2000 reisbegeleider voor Joker en oprichter van de fietsgids in Mechelen. We drinken koffie in de verwarmde wintertuin van een gezellige koffiebar en dromen van de lente die er binnenkort weer aankomt. Want de lente, dat is elk jaar het begin van maanden vol fietsplezier voor wie graag fietst en vol fietstours voor wie fietsgids is.

Tekst & interview: Veerle Stoffelen // Foto’s: Kaat Mariën

Bij de fietsgids denk ik natuurlijk aan fietsen en gidsen, maar vertel eens wat meer over je project.

Kaat: Ik ben met de fietsgids gestart in 2020, in volle corona dus. Onze eerste tour was de Mechelen Classics, een tocht van ca. 15 km door de historische binnenstad en de groene rand. Deze tour testen we nu ook uit in de vorm van een Mechelen Discovery; een korte fietstour van een uurtje, gericht op businessklanten die na een dag vergaderen een frisse neus willen halen. Later zijn er nog twee tours (Bier van hier en Street Art Mechelen) en zes collega-fietsgidsen bijgekomen.

We geven geen historische opsomming van feiten en data, maar vertellen anekdotisch, doorspekken ons verhaal met legendes en weetjes en staan stil bij de evolutie van de stad. Elke fietsgids legt uiteraard eigen accenten, maar we hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen: op een toffe en ongedwongen manier een blik op onze stad geven.

Door vragen te stellen over hun fietsgedrag, willen we mensen doen nadenken over hun mobiliteit. We vertrekken aan het station zodat mensen met de trein kunnen komen. Fietsen huren doen we via Blue Bike of het sociale project Het Fietsatelier.
We maken deel uit van het Cycle Cities-netwerk, een wereldwijde community van fietsgidsen die ervaringen uitwisselen en van elkaar leren. Het jaarlijks netwerkevent vond onlangs plaats in Antwerpen en Brugge. Dat gaf me de kans om erbij te zijn en contacten te leggen met fietsgidsen uit Berlijn, Athene … Een leuke manier om nieuwe inspiratie op te doen!

Waarom koos je voor Mechelen? En waarom voor de fiets?

Kaat: Het leuke aan Mechelen is dat het een verborgen parel is in Vlaanderen. Een parel omdat ze een rijk cultureel-historisch erfgoed heeft, verborgen omdat ze toeristisch nog vrij onontdekt is. Ik woon zelf in Mechelen. Toen we hier 18 jaar geleden een huis kochten, fronsten heel wat mensen uit onze omgeving hun wenkbrauwen. Mechelen was toen een grijze, grauwe stad met buurten waar je liever niet teveel rondhing. De stad heeft sindsdien een hele metamorfose ondergaan en we wijzen in onze fietstours ook op deze verschillen. Zo tonen we foto’s van het Predikherenklooster dat jarenlang leegstond, met muren vol graffiti en bomen die door het dak groeiden. Ondertussen is het klooster helemaal gerenoveerd en is het de nieuwe thuis van de bib van Mechelen.

Mechelen werd uitgeroepen tot fietsstad 2022, een beloning voor haar actieve fietsbeleid. De stad wil een mobiliteitsshift creëren onder haar bewoners en bezoekers. Zo is de hele binnenstad fietsstraat en bieden de heraangelegde Vesten meer ruimte aan fietsers en voetgangers. Dit fietsverhaal past in het eco-minded beleid van Mechelen. De stad wil een groen weefsel creëren door ontharding, vlietjes (kleine kanaaltjes) open te leggen, en parken en tuinen toegankelijk te maken. Zo kwamen er op de IJzerenleen, één van de belangrijkste winkelstraten, bloembakken in de plaats van parkeerplaatsen. Ook verdween op verschillende pleintjes de parking ondergronds en maakte zo plaats voor een groen parkje. En de tuin van het Aartsbisschoppelijk Paleis is op bepaalde dagen van de week toegankelijk voor het publiek.

Daarnaast is Mechelen rijk aan wel 138 nationaliteiten die ze allemaal wil betrekken bij haar verhaal. De stad richt zich daarbij niet alleen op de inwoners ‘binnen de ring’, maar ook in de buitenwijken. Een mooi voorbeeld is Mechelen Muurt, het Street Art Festival van gewezen stadskunstenaar Gijs Vanhee. Bij elke editie gaan lokale en internationale kunstenaars aan de slag met verfborstel en spuitbus in de stad en de buitenwijken. Elke mural vertelt een verhaal van diversiteit, en de bewoners van de buitenwijken zijn enorm trots dat ze betrokken worden in het project. Zo is er in de wijk Nekkerspoel bijvoorbeeld het werk HARMONY van El Tipo. Het is één van de juweeltjes die we bezoeken tijdens onze Street art tour.

Je bent zowel reisbegeleider, als fietsgids. Zie je vooral overeenkomsten of eerder verschillen?

Kaat: In beide gevallen ben je op stap met mensen en is sociale interactie enorm belangrijk. Al zijn de contacten tijdens het fietsgidsen natuurlijk korter dan tijdens een Joker-reis. Net als bij Joker komen de deelnemers uit de meest uiteenlopende hoeken en brengen ze allemaal hun eigen verhaal mee. Of je nu met een groep op Joker-reis bent of door Mechelen fietst, mensen zijn happy, ze zijn samen op stap en ontdekken samen nieuwe dingen.

Maar het fietsverhaal is zeker wel begonnen bij Joker. Tijdens de reizen die ik begeleid, probeer ik een stad te ontdekken met een lokale fietsgids. Zo heb ik met groepen gefietst in Madrid, Bogota, Buenos Aires en Bangkok. Toen ik in een jobcoachingtraject de vraag kreeg wat mijn droomjob zou zijn, antwoordde ik zonder aarzelen ‘fietsgids’. En zo is de bal aan het rollen gegaan.

Je haalt duurzaamheid, lokaal ondernemerschap & contact met locals aan als je waarden. Hoe vul je die in tijdens je tours?

Kaat: De ontmoeting met andere culturen kan in een stad als Mechelen niet ontbreken. Tijdens onze Street art tour zijn de murals doordrongen van het diversiteitsverhaal. Een paar jaar geleden werkten we samen met de stad Mechelen voor het project ‘De mensen maken de stad’. Die tentoonstelling zette mensen van verschillende nationaliteiten in the picture. Bij elke foto hoorde een boeiend verhaal. Langs die levensgrote foto’s organiseerden we dan een fietstour. Een super verrijkend verhaal voor ons en onze deelnemers!

Lokaal ondernemerschap willen we promoten door verschillende partijen te betrekken bij onze tours. Tijdens onze vaste biertour werken we samen met een Mechelse microbrouwerij. Daarnaast zijn er ook zijprojecten, zoals vorig jaar de griezelwandeling rond stadslegende “De Nekker” naar een gelijknamig kinderboek, waarbij we samenwerkten met de Vleeshalle.

En zo heb ik als fietsgids het geluk om al heel wat boeiende mensen te hebben ontmoet. Er zijn de contacten met de stad, de horeca en de toeristische sector. Als ik nu door de stad fiets, kom ik altijd wel iemand tegen die ik ken (en dat klopt; tijdens het fietstochtje dat we achteraf maken, roept Kaat verschillende keren ‘Hoi!’).

Op je website schrijf je Every ride is a tiny holiday! Is en blijft elke fietstour voor jou een beetje reizen? Ontdek je nog nieuwe dingen in de stad?

Kaat: Keiveel! De stad verandert nog voortdurend en er zijn de vele nieuwe contacten. Elke tour is weer een nieuw avontuur. En we hebben nog ongelooflijk veel ideeën voor de toekomst. We werken momenteel aan een nieuwe website met online boekingen & betalingen. Zo komt er ruimte vrij om ons meer te focussen op de tours. Naast fietstours gaan we ook wandeltours organiseren. We worden dus ook wandelgids! Er komt een Lekker divers-tour, een wandeling met hapjes uit verschillende culturen: Spaans, Marokkaans, Armeens … Daarnaast dromen we ook van een Rooftop-tour, waarbij je letterlijk van hoogtepunt naar hoogtepunt fietst. Denk maar aan de Sint-Romboutstoren en het dak van de nieuwe Parking Keerdok. Mechelen biedt nog zoveel inspiratie, genoeg voor nog jaren fiets- en wandelplezier!

Zelf eens een tour boeken? Volg de fietsgids op Facebook of Instagram, of surf naar www.defietsgids.be.

Dit artikel verscheen in De Karavaan van april 2023. Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!

50 Jaar Onderweg – Podcast

Waarom blijven al die begeleiders zich al 50 jaar inzetten om vrijwillig reizen te begeleiden?

Joni Nielandt startte in 2019 met de opleiding tot reisbegeleider, maar kon door COVID-19 nog geen reis begeleiden… Ze vraagt zich wel eens af of het wel de moeite is om haar engagement bij Karavaan verder te zetten? Ze roept de hulp in van begeleiders Carolien, Hannah, Carla en Jonathan en trekt er met de microfoon op uit met 1 grote vraag… Waarom blijven al die begeleiders zich al 50 jaar inzetten om vrijwillig reizen te begeleiden?

Karavaan Vzw · 50 Jaar Onderweg – Afl. 1 – Zwerfkorrel vzw

De toekomst is inclusief

Luister mee naar het verhaal van Carla, ex-collega op de reiswerking en inclusieve projecten bij Karavaan, en Jannes, begeleider van de inclusieve reis naar Burgos in Spanje.

Het feit dat reizen in deze tijden minder vanzelfsprekend is geworden, houdt ons niet tegen om erover te dromen. Want wat is er meer heilzaam dan andere streken verkennen, nieuwe mensen ontmoeten en welgekomen rust ervaren tijdens vakantiedagen? Heel wat mensen trekken er als vrijwilliger op uit tijdens de verlofdagen. Zij helpen op die manier vakantiedromen van anderen waar te maken.

Verhalenmaker Eva De Groote maakte dit luisterverhaal voor Iedereen Verdient Vakantie.

Iedereen Verdient Vakantie · Luisterverhaal – De toekomst is inclusief

Geprikkeld? Lees meer hartverwarmende verhalen op verbindjeverhaal.be.

Fietscamino de Compostela

Tekst & foto’s: Jan Vanwijnsberghe

Een lange fietsreis stond al even op het ‘to-do’-lijstje maar verre reizen begeleiden kreeg tot vorig jaar prioriteit op fietsvakanties. De vrijgekomen tijd tijdens corona opende dus plots wel opportuniteiten en daarom bouwde ik mijn mountainbike om naar een tourfiets. Smalle tourbanden, een bagagerek, 2 grote fietstassen en een groot onderhoud later was mijn fiets helemaal klaar voor een Europees avontuur.

Volgende uitdaging: waar naartoe? Het internet geeft tegenwoordig veel keuzestress en laat je vrij te kiezen tussen daguitstappen, tochten van enkele dagen tot weken en dit in het binnen- of buitenland. Tijdens het opzoekwerk kwam ik uit op de Camino de Santiago de Compostela. De stiekeme droom om te voet naar Compostela te wandelen kreeg een nieuwe wending en we besloten de eerste 1000km van die droom met de fiets af te leggen tot in het wijnwalhalla St-Emilion. Kwestie van de motivatie hoog te houden heet dat dan. Tegenwoordig vind je vrij vlot alle mooie fiets- (en wandel)routes in gpx-bestandsformaat en met een eenvoudige wandel-gps vonden we dan ook perfect de weg terug zonder op elk kruispunt een kaart te moeten ontcijferen.

Reizen met de fiets heeft de voordelen van het traag reizen. Je kan makkelijk eens stoppen om te genieten van het uitzicht of een babbeltje te doen met de locals, maar je legt evengoed op een rustig tempo 100km per dag af zodat je op relatief korte termijn toch een groot gebied hebt doorkruist.

Wij reisden met het kampeergerief op de fiets en waren daardoor helemaal vrij. Tentje opzetten op een camping of ergens in het bos of bij een boer, het kan allemaal. Heb je nood aan een goed bed, dan vind je met de bookingapps altijd snel een goedkoop bed in je buurt.

Een graadje meer of minder

De eerste fietsdagen waren snikheet met als ‘hoogtepunt’ de rit van Cambrai naar Noyon. Tijdens de 104km doorheen de graan- en zonnebloemvelden dronken we 7 liter water en negeerden we stiekem een thermometer die onderweg 42°C aanwees. De koelte in de kathedraal in Noyon op het einde van de rit was heerlijk! Toen we daar door de man van het souvenirwinkeltje werden doorverwezen naar een nabijgelegen klooster kon het helemaal niet op. Hartelijk verwelkomd door een Argentijnse pater mochten we de fietsen stallen bij de ezeltjes en kregen we een bed en ontbijt aangeboden. Met het losbreken van een hevig onweer vielen we glimlachend in slaap, wetende dat we oorspronkelijk planden om in een tentje in het bos te slapen.

Paris is always a good idea

Door een tip van een reisbegeleidster besloten we de omweg doorheen Parijs te nemen. Die leidde ons via Canal de l’Ourcq het hartje van de lichtstad in. Wat een heerlijke manier om Parijs te ontdekken was dat! Je volgt het kanaal vanaf de oostelijke kant van Parijs in en je rijdt quasi zonder verkeer recht op de Notre-Dame af. Met de fiets kan je tegenwoordig ook steeds vlotter door Parijs rijden dus misschien een leuke tip voor een korte fietsvakantie vanuit België?

Van een schoon tafel alleen kan je niet eten

Omdat we geen planning hadden en dus ook geen campings hadden vastgelegd, moesten we soms wel eens wildkamperen. Toen we ons langs een berm van een riviertje hadden geïnstalleerd dachten we een idyllische plek gevonden te hebben. Tot we merkten dat er elk half uur een TGV boven de berm voorbij raasde. Gouden tip: zoek niet enkel een plekje uit op het zicht maar verken ook de omgeving.

À l’aise

Ik kan alleen maar aanraden om niet te veel vooraf te plannen. De route kan je wel vastleggen maar de mooiste overnachtingsplaatsen vind je onderweg wel. Een leuke camping, een wei bij de boer, een overnachting bij Belgen of een nacht in een klooster kan je niet vooraf plannen. Maar vaak zijn dat de leukste en meest memorabele plaatsen. Laat de tijd en kilometerdoelstellingen dus op tijd even los en geniet van het onderweg zijn. Een vers stokbrood met een blokje kaas en een flesje wijn vind je overal in Frankrijk maar maken je overnachting vaak onvergetelijk.

Tips

Dit artikel verscheen in De Karavaan van juli 2021 . Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!

Als je je niet ongemakkelijk voelt, ben je niet aan het luisteren

Tekst & foto’s: Mitte Scheldeman

Dekoloniseren in de samenleving

Nadia Nsayi beschrijft in haar boek “Dochter van de dekolonisatie” hoe onze samenleving doordrongen is van koloniale mens- en denkbeelden, bewust en onbewust. Als kind van zowel de witte als de zwarte leefomgeving vertelt ze hoe ze opgroeit in de Vlaamse gemeente Landen en in Franstalig Brussel. Fantastisch, vind ik, hoe ze je door haar persoonlijke aanpak, genuanceerde en verbindende vertelstijl, als lezer meeneemt en overtuigt van haar constructieve boodschap om onze publieke ruimte, ons onderwijs en onze mindset in België te dekoloniseren.

En dat dekoloniseren vergt een intens proces, althans bij mij toch. Het is ons door onze ouders, kennissen, media en samenleving impliciet en expliciet met de paplepel ingegeven dat kleur, cultuur, afkomst en religie gepaard gaan met bepaalde superieure of inferieure waarden. Hoe bewuster ik me word van deze onbewust ingebakken percepties, hoe meer ik voorbeelden tegenkom in mijn dagdagelijkse realiteit en hoe meer ik overtuigd raak van het belang van dit dekoloniseringsproces.

Waarom gebruiken veel witte mensen in mijn omgeving verkleinwoorden als we het over een huis of school hebben in sub-Saharisch Afrika? Is een ‘hut’ soms minder huis? En een ‘schooltje’ minder school? Waarom hoor ik het woord Afrika gebruikt worden alsof het een land is, terwijl het een continent is bestaande uit een variëteit aan landen en diverse culturen? Landen, die bovendien artificieel gecreëerd zijn door Europese mogendheden, zonder enig respect voor historische, etnische en culturele criteria. Waar halen wij, witte burgers, het recht vandaan om zelfs het gesprek niet te willen aangaan wanneer zwarte medeburgers, vragen om iets te veranderen aan de Sinterklaastraditie? Medeburgers die door onze voorouders zijn onderdrukt, bestolen en behandeld als slaven, en door onze huidige maatschappij nog steeds op directe en minder directe manieren worden onderdrukt.

Het dekoloniseringsproces start bij het onderwijs en de media die tot de dag van vandaag erg eurocentrisch zijn. Boeken op de middelbare school zijn nog steeds bijna uitsluitend door Westerse schrijvers geschreven. We leren over de Grieken en de Romeinen, maar niet over bijvoorbeeld de Congolezen die meevochten in de wereldoorlogen. Ik leerde het laatste pas op mijn 21ste in mijn masterjaren bij historicus Zana Etambala, mijn eerste en enige zwarte professor. Wanneer m’n boeken bovendien versleten zijn, deel ik ze graag uit in “Afrika”. Maar wat hebben de gebruikers aan boeken die niet gecontextualiseerd zijn? Een interessante Tedtalk die ik hierover luisterde is ‘The danger of a single story’ van Chimamanda Ngozi Adichie. Zij beschrijft hoe ze als kind in boeken las over de seizoenen waar winter en sneeuw onderdeel waren van het leven en het eten van appels die goed zijn voor de gezondheid, maar die ze niet kende als fruitsoort.

Een beeld van het Instagram-account @nowhitesaviors. Onszelf en onze eigen denkbeelden en reflexen in vraag stellen voelt niet altijd even comfortabel aan.

Waarom kiezen we al te snel voor een foto van een hut? Ga actief op zoek naar niet stereoptype beeldvorming van “Afrika”. Post bv ook fotos van moderne steden zoals Dar Es Salaam.

Dekoloniseren op reis

Wanneer we als whities op reis gaan, zijn de rollen in theorie omgedraaid, maar in de praktijk durven we onszelf dikwijls meer vrijheden toeschrijven. Wat bijvoorbeeld met onze eigen klederdracht en ontblote schouders in warme landen? Alcoholgebruik in moslimlanden? Stellen we voor onszelf dezelfde eisen qua integratie voorop als diegene die we aan nieuwkomers en oudkomers in ons land stellen?

Bovendien zien we het beeld dat we hebben over “Afrika”, graag bevestigd. We trekken foto’s van de stereotype beelden zoals wij ze kennen wanneer we op reis gaan, en delen geen foto’s van moderne gebouwen in steden. Een Masai die in een ‘hut’ woont en in traditionele klederdracht rondloopt is romantisch en exotisch. Foto click. Heb je toestemming gevraagd? We bezoeken de Masai alsof deze in een human zoo woont. Tegelijkertijd zorgt deze commercialisering van cultuur en community tourisme voor een soms broodnodig inkomen. Een interessant artikel hierover is Ethnicity Inc. Wanneer deze Masai vervolgens zijn horloge bovenhaalt en een telefoontje pleegt, klopt dit niet met ‘ons’ beeld en is deze daarom nep en verkleed. Een paradox met de visie op integratie. Of kunnen traditioneel en modern soms niet samengaan? En willen we naar een homogene cultuur waar iedereen hetzelfde denkt, doet en zich kleedt?

Als reisbegeleider bij Joker, probeer ik deelnemers niet enkel te laten kennismaken met natuur en cultuur, maar probeer ik hierover eveneens mezelf en de groep te doen reflecteren. Ik geloof dat grenzen verleggen niet enkel fysiek is, maar eveneens intercultureel en mentaal. Ik probeer het goede voorbeeld te stellen aan deelnemers door mezelf enkele woorden van de taal eigen te maken om het ijs te kunnen breken met begroetingen. Mensen respectvol te benaderen vanuit een leergierigheid en openheid, eerder dan beoordelend of veroordelend. Niet louter te observeren en te ‘clicken’, maar vanuit verwondering elkaar te leren kennen. Daarnaast probeer ik een bruggenbouwer te zijn tussen inwoners en reisdeelnemers door hen te stimuleren zelf vragen te stellen en dit niet altijd via mij te laten passeren.

Dekoloniseren op het werk

De Oegandese Instagram-pagina die me helpt bij het leren kennen van de uitdagingen waar onze samenleving voor staat, is @NoWhiteSaviors. Onszelf en onze eigen denkbeelden en reflexen in vraag stellen voelt niet altijd even comfortabel aan. Hun tagline is dan ook:

De pagina is een aanrader voor elke reisbegeleider die door dit artikel geprikkeld wordt. Want elke reisbegeleider en zijn groep spelen een rol in de (stereotype) beeldvorming over het land waar we op bezoek gaan. Niet enkel in de verhalen die we vertellen wanneer we thuiskomen, maar ook in de posts die we delen op onze sociale media. Een valkuil is om (onbewust) bij te dragen aan ‘koloniale’ beelden en witte superioriteitsgevoelens, bijvoorbeeld door steeds de witte bezoeker centraal te zetten in de foto, zwarte mensen gebruiken als foto props, enkel foto’s tonen van traditionele dorpen en niet van supermoderne steden etc.

Ik geloof dan ook in bewustwording als eerste stap. Een hands-on werkboek dat me hierbij helpt is Me and white supremacy, van Layla F. Saad. Verder geloof ik dat contact en samenwerken met mensen van andere culturen en kleuren stereotype denkbeelden kan doorbreken.

Eind november vertrok ik voor twee jaar via het junior programma van het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel naar Oeganda. Bij mijn aankomst, vond ik het belangrijk de partners waarmee en de context waarin ik ging werken eerst te leren kennen alvorens tot actie over te gaan. Dit deed ik onder andere door samen met hen een training te volgen en hen enkele malen op rij te bezoeken. Door die groeiende vertrouwensband, komen we samen gemakkelijker tot nieuwe inzichten en oplossingen. Doordat partners het stuur in handen houden en ik een rol krijg als facilitator, bouwen we aan initiatieven die matchen met de context. In de communicatie die ik over activiteiten voer, kies ik bewust voor foto’s waar ik als witte persoon niet centraal sta en gebruik ik een empowerende schrijfstijl. Daarnaast probeer ik tijdens deze processen voldoende te reflecteren, maar ook niet te verlammen. Ik treed in dialoog bij vragen of onduidelijkheden, en kan dit iedereen aanraden want dit is ongelofelijk leerrijk.

Via het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel werkt Mitte in Oeganda als junior expert agriculture education. Samen met het ministerie van onderwijs, schoolleiders en lerarenopleiders wilt ze het landbouwonderwijs voor landbouwdocenten pratijkgericht maken. O.a. door leraren in opleiding stages te laten doen bij landbouwbedrijven of onderzoekscentra. Ze gaat mee op zoek naar nieuwe partners voor de stages en ze werkt rond innovatie binnen de voorbereiding en evaluatie van de stages.

De docenten en schoolleiders binnen de lerarenopleiding fine-tunen de bestaande evaluatie voor de leraren landbouw in opleiding die stages doen bij landbouwbedrijven en onderzoekscentra. Mitte faciliteert de workshop aan de hand van activerende en interactieve oefeningen.

Hoe zit dat met de Belgische locals?

Ik dank Nadia Nsayi voor de feedback die ze heeft gegeven om dit artikel te laten groeien. Zo had ik onder andere doorheen het artikel verwezen naar ‘locals’ en ‘lokale taal’. Ze stuurde me: ‘Er wordt toch ook niet naar het Nederlands gerefereerd als lokale taal? Of naar Belgen als locals op eigen bodem?’ Daarnaast wees ze me op het gebruik van ‘we’. Wie zijn wij versus zij? Over welke witten/zwarten hebben we het? Wie herkent zichzelf wel/niet als reisbegeleider? Wie herkent uitspraken van zijn/haar deelnemers wel/niet? Ongetwijfeld zijn er reisbegeleiders die minder in de white supremacy valkuilen vallen en waarvan anderen, waaronder ikzelf, nog veel kunnen leren. Ik heb niet de bedoeling iedereen over een kam te scheren, noch te polariseren. Mijn dekoloniseringsproces is immers nog steeds work in progress. Hopelijk inspireren deze schrijfsels in ieder geval om met deze thematiek aan de slag te gaan voor zij die hier niet mee vertrouwd zijn.

8 tips voor dekolonisering

Sebastian van Hoeck van het Universitaire centrum voor ontwikkelingssamenwerking – UCOS – geeft je deze tips mee:

Dit artikel verscheen in De Karavaan van april 2021 . Ook 4x per jaar ons magazine ontvangen? Word lid van Karavaan!